Guernica  | New York

Umami geeft identiteit en complexiteit aan moedermelk, aan een kom ramen, en aan een auteur die balanceert tussen Japan en Amerika.

‘Wees altijd een beginner’, schreef Rilke. Je begint opnieuw omdat je geen keus hebt. Toen ik zes was, bracht mijn Japanse moeder me naar haar geboorte
plaats, waar ik bij mijn grootouders ging wonen. Daar, in Morioka, een hoofdstad in het noorden, ging ik naar de plaatselijke kleuterschool. Mijn herinneringen aan die tijd zijn onverdeeld positief: cicades vangen in de achtertuin met een speciaal vangnetje (in de zomer is cicades vangen het standaard
vermaak voor Japanse kinderen); 
Ultraman monsters-series, tekenfilms en sumoworstelen kijken op televisie, naast mijn grootvader, samen blootsvoets op de geribbelde tatamimatjes, en elke avond baden in de roestvrijstalen badkuip van mijn grootouders, tussen de met donkerhouten panelen betimmerde muren.

Maar volgens mijn moeder voelde ik me ellendig, vooral op school. Ik huilde zo hard en zo vaak dat het schoolhoofd haar vaak halverwege de dag opbelde om te vragen of ze me alsjeblieft wilde komen ophalen. Ik worstelde met de taal, met de verschillen in culturele achtergronden en attitudes, met mijn vreemde buitenlandse uiterlijk en hun vreemde buitenlandse eten. Ik leerde Japanse liedjes, versjes en spelletjes die ik zelfs nu nog kan opzeggen en spelen, maar ik kon niet leren om Japans te zijn.
In plaats daarvan leerde ik om me in de marge te bewegen. Het is bijvoorbeeld verstandig om je mond te houden als 
je de plaatselijke taal niet kent. 
Tien maanden later keerden we terug naar Amerika, waar mijn ouders tot aan mijn middelbareschooltijd negen keer verhuisden. Ik werd voorgesteld aan steeds weer nieuwe klassen, meestal halverwege het jaar, geëscorteerd door een leraar die zijn hand op mijn schouder hield, en ik leerde om alleen het hoogstnodige te zeggen of 
te antwoorden en verdere vragen bij voorkeur te vermijden. Ik leerde om anderen te observeren als zij het niet zagen, om te zien waar zij naar keken. Om reputaties te peilen voordat ik vriendschappen sloot en in te schatten hoe leraren door de klas werden 
beoordeeld. Was iemand populair of gerespecteerd, werd hij gevreesd of gewantrouwd? Hoe moest ik reageren op de goedkeuring van de een of de afkeuring van een ander?

—————————-
Het begrip umami, de zogenaamde vijfde smaak, na zout, zoet, zuur en bitter, lijkt – althans op papier – nog steeds een soort pseudowetenschappelijk nihonjinron, het naoorlogse academische gedweep met de Japanse uniciteit en de behoefte om on-begrepen te zijn. Er is echter wel een wetenschappelijk aspect aan. Umami wordt 
toegeschreven aan de combinatie van 
glutaminezuur en smaken die van nature in onbewerkt voedsel voorkomen, met name in vlees en vis. De gangbare Europese definitie, ‘een prettige hartige smaak’, is ontoereikend voor het karakter ervan, dat moeilijk te omschrijven is. Umami heeft een lange nasmaak, legt een laagje over de tong en 
het verhemelte, en drukt een stempel op de mond en de zintuigen. Het geeft identiteit, inhoud, body, ruggengraat.
—————————-