Nature | Londen

Klimaatwetenschappers krijgen genoeg van parlementen en regeringen die geen besluiten (kunnen) nemen. Maar het gevecht tegen de opwarming van de aarde mag de democratie niet uithollen, waarschuwt cultuurwetenschapper Nico Stehr.

De democratie wordt momenteel van vele kanten bedreigd. Niet in het minst door het wijdverbreide gevoel dat politici niet luisteren. Dergelijke onvrede is te bespeuren aan de uiterste rechterzijde van het politieke spectrum: bij de 
Tea Party in de Verenigde Staten, de Independence Party in het Verenigd Koninkrijk, de demonstranten van Pegida (Patriottische Europeanen tegen de Islamisering van het Westen) in Duitsland en het Front National in Frankrijk.

Verbazingwekkender is dat ook de wetenschappelijke gemeenschap haar geduld met de politieke elite begint te verliezen. Onderzoekers maken zich steeds meer zorgen over de onwil om te luisteren naar hun diagnose van 
de gevaren van de door mensen veroorzaakte klimaatverandering en de gevolgen daarvan op de lange termijn, ook al bestaat daarover in wetenschappelijke kringen een brede consensus. Hoe langer het duurt voordat regeringen met de noodzakelijke politieke maatregelen komen, des te meer begint de democratische bestuursvorm een sta-in-de-weg te lijken. Er is een tendens om de politici en het publiek hun beslissingsbevoegdheid te ontnemen en die, gezien de ‘uitzonderlijke omstandigheden’, in handen te leggen van de wetenschappers zelf.

Deze wetenschappelijke onvrede met de democratie is onder de radar van veel sociale wetenschappers en commentatoren door geglipt. Aandacht 
is dringend vereist: het hardnekkige, ‘vermaledijde probleem’ van de globale opwarming kan alleen worden opgelost door de democratie te versterken, niet door haar overboord te gooien.

Chinese toeristen in een beachresort in Dalian City. – © HH