Foreign Policy  | Washington D.C.

Halverwege deze eeuw zal de wereld er anders uitzien dan vandaag. 
Maar hoe anders? Het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy waagt zich aan een geopolitieke toekomstvoorspelling. Een lastige oefening, erkent het blad. Want de bevolkingsgroei 
is op wereldniveau redelijk te voorzien, maar verder weten we vooral veel niet.

Wijlen de honkbalspeler en eminente denker Yogi Berra sprak ooit de fameuze waarschuwing uit: ‘Het is moeilijk voorspellingen te doen, vooral over de toekomst.’ Toch is het voorzien van de toekomst een belangrijk onderdeel van buitenlands beleid: leiders (en experts) moeten proberen ontwikkelingen te interpreteren en vooruit te lopen op gebeurtenissen, zodat ze een beleid kunnen voeren dat rampen voorkomt en zo mogelijk de dingen zelfs beter maakt.

Maar toch: de toekomst voorspellen is niet eenvoudig. In een college voor de Kennedy School in Harvard herinnerde ik mijn eerstejaarsstudenten aan een aantal bepalende kenmerken van de wereld in 1978, het jaar waarin ík ging studeren. In Zuid-Afrika was de apartheidsregering aan de macht en de sjah van Iran zat nog op de Pauwentroon. Mensen mochten roken in vliegtuigen, in restaurants en op de meeste openbare plekken. Er bestond nog geen euro, geen internet, geen e-mail, geen mobiele telefoon en zelfs de cd-speler was nog onbekend. De Japanse economie groeide razendsnel en in China was het jaarinkomen per hoofd van de bevolking slechts 165 dollar. Hoevelen van ons konden voorzien dat al deze omstandigheden – en nog vele andere – in de volgende decennia ingrijpend zouden veranderen?

Maar sommige elementen van de toekomst kunnen we wel met een hoge mate van zekerheid voorspellen. Als mij bijvoorbeeld zou worden gevraagd de wereld van 2050 te beschrijven, zou ik zeggen dat bepaalde belangrijke elementen eenvoudig te voorzien zijn – met een gepaste foutmarge – maar dat er ook terreinen zijn waarop dat bijna onmogelijk is.