The Globalist  | Washington D.C.

Veertigers van vandaag kunnen maar beter van hun 
leven genieten. Want hun oude dag wordt geen pretje, denkt The Globalist.

Er zijn tijden waarin het prettig is om jong te zijn – de jaren zestig, met zijn welvaart en hedonisme, was zo’n periode. Ouderdom kent minder vreugden, maar je zou kunnen zeggen dat de jaren negentig een gouden tijd voor de ouderen waren. Pensioenfondsen puilden uit door de stijgende aandelenkoersen en het aantal senioren was nog betrekkelijk klein.

Maar met de huidige trend in de demografie en in 
de nationale begrotingen zijn de jongere generatie babyboomers en de oudere generatie X-ers in 2040 (weinigen van de oudere generatie babyboomers zullen dan nog in leven zijn) nog maar verzekerd van één ding: het is dan bepaald niet leuk om oud te zijn. En dat is niet alleen een probleem in de Verenigde Staten. Dat geldt min of meer voor de hele wereld.

Verschillende generaties beleven in verschillende tijden voorspoedige en ellendige perioden. Er zijn slechte tijden om jong te zijn. Achttien worden in 1861 in de Verenigde Staten of in 1914 in Europa was helemaal geen pretje.

Daarentegen vormden de jaren negentig van de 
vorige eeuw voor de ouderen de beste periode uit de geschiedenis van de mensheid. De generatie die in 
de jaren negentig met pensioen ging is over het algemeen in het interbellum geboren. Omdat ze het in hun jeugd in de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog slecht hebben gehad, zullen ze zich dubbel gezegend hebben gevoeld met hun waardevaste pensioen en het systeem van sociale zekerheid waardoor de last van de oude dag gemakkelijk te dragen was.

Yoga houdt de oude spieren soepel. – © Getty Images