The Guardian | Londen

Als de Turken Koerdische strijdkrachten hun gang lieten gaan, zou IS kunnen worden uitgeschakeld.

Na de terreuraanslagen in Parijs kon men van de westerse staatshoofden verwachten dat zij, zoals gebruikelijk, de oorlog zouden verklaren aan degenen die ervoor verantwoordelijk waren. Dat deden ze ook, maar ze meenden het eigenlijk niet. Terwijl ze tijdens de G20 in Antalya, twee dagen na ‘Parijs’, hun vastberaden uitspraken deden, babbelden diezelfde leiders met de Turkse president Erdogan, de man wiens stilzwijgende politieke, economische en zelfs militaire steun bijdraagt aan het vermogen van IS om diezelfde aanslagen in Parijs te plegen – nog afgezien van de eindeloze stroom van wandaden in het Midden-Oosten zelf.

Een Iraaks meisje wacht met haar zusje op hun moeder (r) die hen voedsel komt brengen tijdens gevechten om Basra in 2003. – © Jerry Lampen / Reuters)