Bloomberg | New York

Na de islamitische revolutie in Iran moest het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran al zijn Picasso’s, Renoirs en Rothko’s van de muren halen. Het verhaal over hoe het de werken sindsdien verging leest als een thriller, met hoofdrollen voor een dappere bewaker, een Witte Huismedewerker en filmbons David Geffen.

Rond het binnenste van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Teheran loopt spiraalsgewijs een looppad omlaag, als een ondergrondse versie van het Guggenheim Museum van Frank Lloyd Wright in New York. Van daaruit waaiert een reeks tentoonstellingsruimtes uit, die stuk voor stuk de verbijsterende geheimen prijsgeven van een van de mooiste, zij het vergeten, collecties twintigste-eeuwse kunst ter wereld. Bij een tentoonstelling dit najaar waren abstract expressionistische schilderijen te zien van Kandinsky, Motherwell, Pollock, Rothko en Stella, om maar een paar namen uit de kluis van het museum te noemen. De tuin biedt een permanente expositie met beeldhouwwerken van Ernst, Giacometti, Magritte en Moore. De hal wikkelt zich als een kurkentrekker rond een reusachtige mobile van Calder – de rode vormen glinsteren speels in de ruimte, onder de strenge blik van de ayatollahs Khomeini en Khamenei vanaf hun portretten erboven.

Op een frisse dag eind oktober is het museum een oase van rust in het centrum van Teheran, een metropool met zestien miljoen inwoners die bijna stikt in het verkeer, de smog en de ongebreidelde bouwactiviteit. De zalen zijn uitgestorven, afgezien van een tiental studenten fotografie die voor een entreeprijs van anderhalve euro Jackson Pollocks meesterwerk Mural on Indian Red Ground (1950) helemaal voor zichzelf hebben. Het bloedrode doek van bijna drie bij tweeënhalve meter vol witte, grijze en zwarte verfspatten is een van de grootste schilderijen die Pollock in deze druppeltechniek maakte, en wordt door velen gezien als een van zijn beste. Veilinghuis Christie’s taxeerde het vijf jaar geleden op 250 miljoen dollar [ruim 190 miljoen euro]. Onder aan het looppad komen de studenten aan bij een tweetal reusachtige Rothko’s. De docent wijst hen op een uitspraak van de schilder die in de buurt van het schilderij staat afgedrukt: ‘Een schilderij gaat niet over een ervaring. Het ís een ervaring.’

Het overleven van de collectie is ook het verhaal van een heel gewone man, die geen flauw benul had van kunst voordat hij in 1977 bij het museum kwam werken