Foreign Policy | Washington D.C.

Vijf jaar geleden vonden de president van Polen en 95 anderen de dood bij een vliegtuigcrash in Rusland. Volgens de nieuwe Poolse leiders was het geen ongeluk, en werd de zaak toegedekt. Die theorie vormde de basis van hun huidige succes en beleid, schrijft Oost-Europaspecialist Ivan Krastev.

In 2007, hetzelfde jaar dat de eerste regering van Recht en Gerechtigheid, onder leiding van Jaroslaw Kaczynski, de macht verloor, bracht de legendarische Poolse filmregisseur Andrzej Wajda zijn epische film Katyn uit. In een tijdsbestek van twee uur vertelt Katyn het verhaal van duizenden Poolse krijgsgevangenen – voornamelijk militaire officieren en hogere burgers – die in 1940 op bevel van Stalin werden omgebracht in het bos van Katyn. Het is eigenlijk een film over twee misdaden: de executie van Poolse patriotten in een bos in de buurt van Smolensk, en de daaropvolgende verdoezeling van de waarheid.

De officiële versie van de tragedie, verspreid door de communistische regering van het naoorlogse Polen, was dat de nazi’s verantwoordelijk waren geweest voor de executies. Maar er waren Polen die niet bereid waren met deze leugen te leven. Een van de hoofdpersonen in de film, Agnieszka, wil een marmeren grafsteen voor haar vermoorde broer neerzetten, met daarop alleen het werkelijke jaar van zijn dood – 1940 – als een aanwijzing dat louter de Sovjets, die het gebied destijds controleerden, de moorden hebben kunnen uitvoeren. Ze wordt vervolgd wegens het verspreiden van een samenzweringstheorie, maar ze weet dat ze de waarheid spreekt.

Trailer van Katyn.