L’Orient-Le Jour | Beiroet

Door middel van de executie van veertig soennitische jihadisten, en vooral die van een sjiitisch leider, wilde Riyad doortastendheid tonen tegenover Teheran. Het bleek de lont in een kruitvat.

Op 4 januari, twee dagen na de bestorming van de Saoedische ambassade in Teheran door leden van de radicale volksmilities, de Basij, als reactie op de executie van de Saoedische religieuze leider Nimr al-Nimr, hekelen de conservatieve bladen in Teheran vooral de slappe houding die de Iraanse hervormingsgezinde president Hassan Rohani tegenover Riyad aanneemt. Ze roepen op tot een stevig antwoord aan Saoedi-Arabië.

‘De schaamteloosheid van de grote Satan [de Verenigde Staten] en de kleine Satans die hem volgen, is deels het resultaat van onze passiviteit en onze naïviteit,’ schrijft het ultraconservatieve dagblad Kayhan, dat deze kans aangrijpt om de nauwe banden tussen Washington en Riyad aan de kaak te stellen. ‘Door niets te doen en ze niet een stap voor te blijven, geef je ze de kans weer op adem te komen en andere aanleidingen te vinden voor hun misdaden. We zullen ze strategisch in hun belangen moeten treffen en de achilleshiel van die hoogmoedigen [de Saoedi’s] en hun meelopers moeten raken, anders gaan we straks opnieuw gebukt onder hun schaamteloze gedrag.’

‘Zo wordt de uitvoering van het nucleaire akkoord verstoord’