London Review of Books | Londen

De Britse, gelauwerde schrijfster Hilary Mantel stond ooit voor een overvolle klas in Botswana. Ze hield er een jaar later weer mee op. De tegenwoordige tijd was daar letterlijk en figuurlijk ver te zoeken. Tebogo, Susannah en Iqbal, vergeet ze nooit. Of nooit vergat ze ze?

‘Vandaag gaan we iets léúks doen,’ zeg ik.

Negenentwintig gezichten kijken me ongelovig aan. Nou, denk ik, jullie weten niet half hoe leuk dit is, vergeleken met de saaie kost die nog komt. Volgend jaar is het Cambridge-examen en behandelen we tot gekwordens toe The Mill on the Floss.

Ik laat mijn blik door het lokaal rondgaan. ‘Vandaag is de vraag: wat zijn de ingrediënten van een goed verhaal? Iemand een idee?’

Als dit een ander land was geweest, en ik een ander mens, een wat minder onfortuinlijke leerkracht, dan werden er nu dingen geroepen als: ‘Spanning. Personages met wie je meeleeft. Een vlot tempo. Weinig beschrijving. Een vleugje humor. Scherpe dialogen. Een verrassend slot.’ Maar ik ben nu eenmaal hier 
en mezelf, en niemand doet z’n mond open.

‘Juist,’ zeg ik. ‘Zullen we…’

‘… er vijf minuten over nadenken?’ oppert Moses.

Hij kent het klappen van de zweep. Zijn glimlach 
is misschien wat lusteloos, maar dat is de mijne evengoed. Dit is klas 4B. Achttien jaar, gemiddeld. 
Aan open vragen zijn ze niet gewend. Geen wonder dat ze op hun hoede zijn. Vanaf hun eerste schooldag hebben ze dictees gekregen, die ze over moesten schrijven van het bord. Zo hebben ze hun junior-certificaat gehaald, naar ieders tevredenheid. Nooit heeft iemand ze om hun mening gevraagd, permissie gegeven om iets te zeggen, of de moeite genomen om naar ze te luisteren.

‘Schrijf maar gewoon op in je werkschrift,’ zeg ik. ‘Alles wat er in je opkomt.’

Tebogo steekt haar vinger op. ‘Hele zinnen, madam?’

‘Nee hoor, dat is niet nodig.’

Het hele lokaal galmt terwijl 4B zich gereedmaakt om te gaan schrijven. De stoelpoten zijn van metaal, de vloer van gepolijst cement, dus elke beweging veroorzaakt een hemeltergend gesnerp. Elk rollend potlood stuitert en klettert, elk kuchje davert als een kanonsalvo, en daarnaast klinkt er een constant gebrom, een laag geroezemoes. Wat ik voor ‘stilte’ laat doorgaan, is alleen maar een tandje zachter dan dit. Met krassende stoelen en luid gekreun duiken de leerlingen in hun tas om hun gum op te diepen. Ze kunnen niet zonder, want ze weten niet anders dan dat fouten worden bestraft. Hup, daar gaan de donkere koppies omlaag. En hup, daar komen ze weer naar boven, zuchtend en steunend. Madam, ik heb mijn gum niet bij me! Mijn liniaal is gestolen! Ik ben beroofd! Die van 4C zitten de hele tijd in mijn tas! Overal dievengespuis! Madam, zo kan ik toch niet schrijven?

Khabazela High School in eMbo, Zuid-Afrika. – © Rogan Ward / Reuters