Süddeutsche Zeitung | München 

De Europese Raad neemt dit jaar zijn intrek in een glazen huis. Alleen is het glas staalhard en zijn zelfs de gordijnen kogelwerend. 
Het gebouw kraakt onder de extreme veiligheidsmaatregelen.

In de schemering kun je ’t het beste zien. Als je er dan voor staat – waarschijnlijk ingeklemd tussen de laatste bouwschuttingen en de auto’s die in het spitsuur door de Europese wijk van Brussel kruipen – denk je dat je droomt: daar voor jou zweeft een reusachtig ei. Alsof René Magritte zelf het achter de bijna vierkante glasfaçade heeft geschilderd, straalt het daar, van binnen belicht, via een web van houten kozijnen naar buiten, op het asfalt van de straat. Maar het is geen schildering en evenmin een zinsbegoocheling: het is het nieuwe gebouw van de Europese Raad.

Bomvrij

Die onwezenlijke indruk zal voor de meesten ook niet veranderen als de bouwvakkers binnenkort vertrekken, de kantoorruimtes in het aangrenzende oude gebouw zijn ingericht en na de zomer hier eindelijk in de conferentiezaal de eerste bijeenkomsten van de Raad worden gehouden. Want de nieuwe zetel van de Europese Raad is extreem beveiligd, ook al is de façade doorzichtig en hebben de houten kozijnen een 
filigraanpatroon. Alleen het glas suggereert toegankelijkheid. Maar de façade is in diverse lagen opgebouwd en 
daarmee even bomvrij als een betonnen muur. Ook een scherpschutter die iemand in dit gebouw zou willen raken, maakt geen kans. Het glas is onbreekbaar. De Belgische politie heeft het getest. Niettemin zijn er toch ook nog kogelwerende gordijnen opgehangen.

Eerst de beide zwaar beveiligde torens van de Europese Centrale Bank in Frankfurt en nu het nieuwe gebouw van de Europese Raad in Brussel. Het is duidelijk: hier schermt men zich heel bewust af van buiten. Verkeerspalen omhoog, veiligheid voorop.

Een te grote nabijheid tot de burger vergroot het risico op een aanslag en vormt het beste argument voor steeds extremere veiligheidsmaatregelen.