La Repubblica | Rome

Wie de Romeinse metro neemt, belandt in een soort hel op aarde. Lokale journalist Francesco Merlo kon er niet meer tegen en schreef een woedende aanklacht tegen alles wat er mis is.

De 750.000 ongelukkigen die zich dagelijks in het ondergrondse Rome begeven, staan ongeveer dezelfde angsten uit als iemand die afdaalt in de onderbuik van New York. Je loopt het risico op ontsporingen, zoals in september vorig jaar, of botsingen, zoals in juni vorig jaar, of – wat veel vaker gebeurt – overstromingen, zodra het regent. Op 12 januari van dit jaar was er zelfs brand op het spoor, waarop de reizigers in allerijl de metro moesten verlaten. Die brand heeft tot een ware oorlog geleid tussen de verantwoordelijken. Aan de ene kant heb je de ‘sjiieten’: de aannemers van Lijn C onder aanvoering van Francesco Gaetano Caltagirone. Aan de andere kant de ‘soennieten’: de onderhoudswerkers van Lijn A die in dienst zijn van de ATAC [de overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor de planning en ontwikkeling van het openbaar vervoer in Rome].

Zeker is dat de brand werd veroorzaakt door vonken, ontstaan door kortsluiting. Volgens de aannemers van Lijn C is dat te wijten aan het slechte onderhoud van de betonnen bogen, waardoor er water binnensijpelt dat in contact komt met de elektriciteitsdraden. Die zouden de lanterfanters van de ATAC los en onbeschermd hebben laten hangen. Maar de ATAC vindt juist dat het consortium van Lijn C te veel heeft gegraven en onvoldoende en slecht heeft gestut, en daarmee de isolatie van de sporen gruwelijk heeft verwaarloosd.

‘We zijn met zijn allen in een kluwen in het midden gaan staan, en toen de trein het volgende metrostation binnenreed wilde iemand de bestuurder in elkaar gaan slaan’