Jingji Guancha Bao  | Beijing

Na jaren van voorspoed 
zit de klad in de Chinese economie. Lagere over
heden en particuliere bedrijven gaan gebukt onder schulden. Zelfs staatsbedrijven moeten zich zorgen gaan maken, want de regering lijkt haar handen van ze af 
te trekken.

In 2015 heeft de Chinese economie een ‘stabiele groei’ van 6,9 procent gerealiseerd, tegen 7,3 procent in 2014. Maar de noodzaak tot hervorming blijft stijgen. In 2014 stonden de fabrieken in het kustgebied onder druk, die een voor een hun deuren sloten; nu voelt iedereen het in zijn portemonnee.

In 2016 zal de Chinese economie, die wordt uitgehold door haar schuldenlast, absoluut manieren moeten zien te vinden om de kredietcrisis beter te beteugelen, de financiële risico’s te beperken, de investeringen rendabel te maken en ondertussen de onverkochte voorraden te slijten. Gezien de omvang van de problemen zal China daar niet altijd in slagen. Toch zal het alle vragen moeten beantwoorden.

Het jaar 2015 stond vooral in het teken van de moeizame schuldaflossing. De torenhoge schulden die door het bedrijfsleven zijn aangegaan, en die hebben geresulteerd in 
de sluiting van tal van verwerkingsbedrijven in het kustgebied die insolvent waren geworden door de financiële crisis, raken nu ook een betrekkelijk groot aantal staatsbedrijven. In maart 2014 had de betalingsachterstand van Chaori, een fabriek van zonnepanelen die de rente over zijn schulden niet meer kon opbrengen, de markt al heimelijk verontrust.

Een staalfabriek in Qingquan die in 2014 zijn deuren sloot. – © Kevin Frayer / Getty Images