360 Magazine | Amsterdam

De een in sweatshirt, een ander met een baby op de arm, een derde met dreadlocks: de afgevaardigden van het links-radicale Podemos maakten medio januari op opvallende wijze hun entree in het Spaanse parlement. Moet dit allemaal zomaar kunnen?

JA

De deuren van het Lagerhuis gingen open en de barbaren dromden naar binnen. Mannen zonder das, met wilde bossen haar, vrouwen zonder mantelpakje, zonder parelketting, en zelfs iemand met een baby. ‘Wat krijgen we nou?’ dachten de conservatieven van de Partido Popular, aan hun stoelen genageld, ‘een volksvertegenwoordiger met dreadlocks?’ Inderdaad, die was er. Zelfs premier Mariano Rajoy trok een zuinig gezicht. De afgevaardigden van Podemos hingen hun jassen over de rugleuning van hun stoelen, waardoor de vergaderzaal meer de sfeer van een collegezaal kreeg.

Het is jammer dat de media deze opening van het parlementaire jaar een belediging van de goede democratische gewoonten vonden. De grote schare opiniemakers – voor informatie is in de kranten steeds minder plaats – gaf met geringschattende termen blijk van een flink superioriteitsgevoel en van angst voor de nabije toekomst. Lieve hemel, wat afschuwelijk, sommige afgevaardigden waren zelfs op de fiets naar het parlement gekomen.

Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats. Welnu, ons parlement is al lang een begraafplaats geworden. Van alle voorbeelden die er te geven zijn, is er één echt frappant: in 2013 oordeelde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat onze hypotheekwet onrechtvaardig was en huizenkopers geen bescherming bood. Het schandaligst was nog wel dat Spanje een Europese richtlijn had genegeerd die al twintig jaar eerder was aangenomen. Al die jaren hebben de elkaar opvolgende parlementen niet de tijd gehad om de Spaanse wetten aan te passen aan de richtlijn, of zo’n aanpassing van de regering te eisen. Ze hadden het te druk met respectabel zijn in hun keurige pakken.

Democratische instituties zouden ons niet aan een circus moeten doen denken, maar ze moeten evenmin associaties opwekken met een begraafplaats