360 Magazine | Amsterdam

De Zuid-Afrikaanse auteur Jonny Steinberg kreeg alom lof voor zijn non-fictieboek A Man of Good Hope, dat binnenkort in Nederlandse vertaling verschijnt. In het boek tekent hij het levensverhaal op van de Somalische vluchteling Asad, die naar Amerika wil maar in Zuid-Afrika terechtkomt. In deze voorpublicatie beschrijft Steinberg hoe zijn samenwerking met Asad tot stand kwam.

Asad Abdullahi zit tegenover me aan een tafel in de Compagniestuinen. Om ons heen zitten oudere blanke mannen te schaken. Mijn schrijfblok ligt open op tafel, ik heb een pen in mijn hand. Ik vraag Asad naar de wijk Kaaraan in Mogadishu, waar hij ongeveer de eerste acht jaren van zijn leven heeft doorgebracht. Hij zegt dat hij zich er maar weinig van herinnert.

‘Het geeft niet,’ zeg ik. ‘Probeer maar niet het je te herinneren, vertel gewoon wat in je opkomt als je aan Mogadishu denkt.’

Er valt me nu iets heel vreemds op. Hij draagt een nauwsluitende gele sweater met capuchon en blauwe skinny jeans, en in deze strakke kleding lijkt hij niet alleen groot en dun, maar ook als het ware verlengd. Elk deel van hem – zijn neus, zijn wangen, zijn handpalmen en vingers, zijn romp – lijkt heel zorgvuldig te zijn uitgerekt. Het resultaat is elegant.

Ineens bedenk ik dat hij precies op de plek zit waar Kaapstad is ontstaan. De tuinen om ons heen zijn bijna op de dag af 358 jaar geleden aangelegd. Hier zit Asad, op heel oude grond, terwijl hij zelf zo jong is en zo overduidelijk niet welkom.

In zijn slanke vingers houdt hij een twijgje. Dat heeft hij waarschijnlijk gevonden toen we vanaf de bibliotheek hierheen liepen. Nu breekt hij het in tweeën en brengt het naar zijn neus.

Hij trekt verbaasd zijn wenkbrauwen op. Hij ruikt er nog eens aan.

‘Wat gek,’ zegt hij. ‘Vanaf het moment dat ik het op de grond zag liggen, wist ik waar de geur me aan zou doen denken.’

Asad woont in Blikkiesdorp: de aars van Kaapstad, de kringspier waardoor de stad de delen uitscheidt die hij niet wil hebben