The New York Times  | New York  

De digitale anarchie heeft van ons allemaal potentiële critici gemaakt. Maar door de hoeveelheid aan sensaties en meningen, is er amper tijd voor reflectie. 
Volgens filmcriticus A.O. Scott zouden we, high- of lowbrow, meer moeten twijfelen dan onze mening bevestigd willen zien.

De Oscars – het jaarlijkse ritueel van de Academy of Motion Picture Arts – liggen dit jaar onder vuur vanwege de voorspelbare en beschamende raciale homogeniteit van de nominaties in 24 filmcategorieën, maar dat is niet de enige reden tot klagen.

Ik ben recensent. Een schreeuwlelijk, een snob, een broodschrijver die erop uit is om kunstenaars aan te vallen en het plezier van het publiek te vergallen. Dat is althans de rol die ik soms geacht word te spelen. En in die hoedanigheid zou ik graag willen zeggen: vergeet die Oscars maar. De ervaring leert trouwens dat u dat al doet. De winnaars in de categorie Beste Film die die kwalificatie waarmaken – The Godfather, The Apartment, The Hurt Locker – zijn uitzonderingen op de opgeblazen, kortstondig succesvolle middelmaat. Around the World in 80 Days? Out of Africa? Crash? Kom op zeg.

Intussen is het pantheon van fantastische klassiekers voor het grootste deel een verzameling van versmade titels als Citizen Kane, Do the Right Thing en Boyhood. 
De beste film van het jaar is vrijwel gegarandeerd 
een film die niet heeft gewonnen of zelfs niet eens is genomineerd.

De dagen van de almachtige recensent zijn geteld