The New York Times | New York

Veertig jaar na zijn dood heeft de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976) eindelijk een grote tentoonstelling in 
New York. ‘Majestueus en duizelingwekkend’, oordeelt The New York Times.

‘Ik ben nergens goed in. En ik ben veertig.’ Dat schreef de Belgische dichter Marcel Broodthaers, die zichzelf tot 1964 ternauwernood als boekverkoper en fotojournalist in leven wist te houden (hij maakte veel foto’s van de Wereldtentoonstelling in Brussel van 1958), terwijl hij intussen vreemde korte films maakte en avantgardistische poëzie publiceerde.

Het ontbrak hem in elk geval niet aan ambitie, zodat hij zich ten slotte afvroeg of hij eindelijk ‘iets zou kunnen verkopen om te slagen in het leven.’ Maar wat dan? Rond die tijd ‘kwam ik op het idee iets onoprechts te verkopen’. Dat onoprechte was kunst, en hij stortte zich er erbovenop.

Om verschillende redenen lijkt Broodthaers’ werk in Amerika meer op zijn plek dan ooit