Libération | Parijs

De noodtoestand in Frankrijk werd onlangs verlengd tot minimaal eind mei. Daarnaast schuift de regering steeds meer uitzonderingsbepalingen het normale strafrecht in. ‘Een aanzienlijk risico voor de rechtsstaat,’ waarschuwt een hoofdofficier van justitie.

Nog drie maanden erbij: de noodtoestand die sinds de aanslagen van 13 november van kracht was, is verlengd. 
Dat betekent dat Frankrijk in elk geval tot eind mei blijft leven onder deze 
uitzonderingssituatie – die nu ook in de Grondwet wordt opgenomen. En waarom zou er in het voorjaar wél een einde aan komen? In juni is het EK voetbal. Het wordt voor de regering lastig om uit te leggen dat in ‘de oorlog tegen het terrorisme’ die dan nog steeds wordt gevoerd, de noodtoestand wordt opgeheven.

Al sinds half december was de regering bezig met de vraag wat er moest gebeuren na het opheffen van deze noodtoestand, die zou aflopen op 26 februari. Terugkeren naar de normale situatie, met het gevaar om ‘slap’ gevonden te worden door rechts en extreemrechts, die met inzet van al hun demagogische kracht zouden uitleggen dat ‘de Fransen niet meer veilig zijn zonder de noodtoestand’? Of hem handhaven en door een deel van links, de Europese Unie en een aantal vakbonden te worden beschuldigd van 
het aantasten van de burgerlijke vrijheden? Ondanks kritiek op de effectiviteit ervan hebben president François Hollande en premier Manuel Valls uiteindelijk gekozen voor een verlenging. Met het gevaar dat het straks moeilijk wordt om er weer vanaf te komen.

Waakzaam zijn

Op 7 januari, precies een jaar na de aanval op Charlie Hebdo, sprak François Hollande de veiligheidstroepen toe: 
‘In een democratie die zich wil verdedigen, maar die ook zijn vrijheden wil verdedigen,’ benadrukte het staatshoofd, ‘is het zeker niet de bedoeling dat de noodtoestand blijft voortbestaan.’ Op dat moment leken de signalen nog te wijzen op een niet-verlenging. Twee weken later merkte Manuel Valls tegenover journalisten ook op dat de wet met betrekking tot de noodtoestand in 1955 was opgesteld in verband met een duidelijke en directe dreiging. ‘Welnu, we hebben te maken met een constante en wereldwijde dreiging,’ onderstreepte de premier toen. Maar hij vroeg zich wel af: ‘Stel dat er op een bepaald moment geen dreiging is, en er dan toch twee weken later er een aanslag komt?’ Nu de angst voor nieuwe aanslagen zo groot is, willen Hollande en Valls niet het verwijt krijgen niet waakzaam genoeg te zijn geweest. ‘Als er een nieuwe aanslag komt,’ zei een minister uit de directe omgeving van Hollande, ‘zal iedereen zeggen dat wij de Fransen niet hebben beschermd.’