The Wall Street Journal | New York

Geldwisselkantoren in Irak, Syrië, Turkije en Jordanië sluizen dagelijks miljoenen dollars van en naar het kalifaat. The Wall Street Journal legt uit hoe dit in zijn werk gaat.

Al langer dan een jaar treffen de VS en hun bondgenoten Islamitische Staat met luchtaanvallen en financiële sancties. Desondanks weet de extremistische beweging nog altijd haar strijders te bevoorraden, voedsel te importeren en snelle winsten te maken door middel van geldspeculatie.

Dat laatste gebeurt dankzij mannen als Abu Omar, een de facto bankier van de terreurgroep. De Iraakse zakenman maakt deel uit van een netwerk van financiers dat zich uitstrekt over Noord- en Midden-Irak. Al tientallen jaren regelen zij de financiële transacties van lokale handelaren die gewone banken mijden.

Toen Islamitische Staat de regio in 2014 in handen kreeg, deed ’s werelds rijkste terreurgroep hem een aanbod waarop hij besloot in te gaan: hij kon zijn bedrijf houden als hij ook het geld van de IS zou beheren.

‘Ik stel geen vragen,’ zegt Abu Omar, wiens geldwisselkantoren in de Iraakse steden Mosoel, Suleimaniya, Arbil en Hit tien procent rekenen voor het overmaken van geld van en naar het gebied waar de extremisten de baas zijn – twee keer zo veel als het normale tarief. ‘Islamitische Staat is goed voor de zaken.’

Deze financiers zorgen ervoor dat miljoenen dollars in contanten dagelijks de Islamitische staat in- en uitstromen, wat de internationale inspanningen frustreert om de groep af te snijden van het mondiale banksysteem, zo zeggen betrokkenen uit de financiële wereld. Ze opereren dwars door grenzen en slagvelden heen in een van ’s werelds gevaarlijkste conflicten, beschermd door winsten en hun onmisbare rol in de regionale economie.

Daarnaast heeft Islamitische Staat, hoewel geleid door soennitische fundamentalisten, blijk gegeven van pragmatisme waar het de financiering van zijn activiteiten betreft. ‘IS volgt de wetten van het geld, niet die van de religie of politiek. Wat dat betreft is de beweging zo Iraaks als wat,’ zegt een geldwisselaar uit Al-Anbar, wiens netwerk reikt van de Jordaanse hoofdstad Amman tot Fallujah en Bagdad.