The New York Times  | New York  

Series die je in één ruk uitkijkt, zoals op Netflix, zijn niet meer te vergelijken met traditionele tv, betoogt de tv-criticus van The New York Times.

Toen ik op Netflix naar Sense8 keek – een prachtige, belachelijke serie over acht mensen van overal ter wereld die elkaar niet kennen maar wel een soort telepathische band hebben, waardoor ze elkaar kunnen bijstaan in de strijd en 
op een gegeven moment zelfs een virtuele orgie houden – drong zich op een gegeven moment heel sterk de vraag op waar ik nou eigenlijk naar zat te kijken. Ik bedoel daarmee niet dat ik het een serie van niks vond. Ik vroeg me alleen af welk genre het nou is: 
hoe moet je dit maximalistische superlange mozaïek-
verhaal definiëren? Als een miniserie? Een megafilm? Anders gesteld: kun je Netflix nog tv noemen?

Enerzijds natuurlijk wel. Nu kranten ook videoproducties maken en je The Walking Dead op je telefoon kunt bekijken, is tv een veel breder begrip geworden. Anderzijds: een serie waarvan het hele seizoen in één keer online wordt gezet, zoals 
Netflix en Amazon doen, is toch een ander beestje dan de tv-serie zoals we die altijd kenden. Het begint een heel eigen genre te worden, waarvan we de regels en conventies nog moeten ontdekken.

De verhaalopbouw van tv-series vloeide altijd voort uit de eisen van het uitzendschema. Waarom eindigt elke aflevering met een cliffhanger? Zodat je de volgende week weer kijkt. Waarom duren programma’s precies een uur of een half uur? Om een regelmatig en voorspelbaar uitzendschema te krijgen. Waarom bevat elke aflevering een paar miniclimaxen? Zodat je daar een reclameblok kunt inlassen.

Narcos.