The Daily Telegraph | Londen

Volgens de charismatische burgemeester van Londen, Boris Johnson, moet Groot-Brittannië de EU vaarwel zeggen. In essentie is de kwestie simpel, schrijft hij: Brussel wil een echte federale unie, de meeste Britten niet.

Ik ben Europeaan. Ik heb jaren in Brussel gewoond. Ik ben erg op die oude stad gesteld. Het ergert me dus dat we Europa – bron van de grootste en rijkste cultuur ter wereld, waaraan Groot-Brittannië altijd zal blijven bijdragen – voortdurend verwarren met het politieke project van de Europese Unie. Daarom wil ik benadrukken dat het helemaal geen blijk van anti-Europese gevoelens of xenofobie hoeft te zijn om op 23 juni voor een vertrek uit de EU te stemmen. Want wat we vooral niet moeten vergeten: niet ons land, maar de Europese Unie is veranderd. Het is 28 jaar geleden dat ik in deze krant begon te schrijven over de Europese Gemeenschap (zoals we het toen noemden). Sindsdien is het project zo enorm gegroeid dat het bijna onherkenbaar is veranderd – een beetje zoals de reusachtige nieuwe Euro-paleizen van glas en staal die tegenwoordig boven de kasseienstraatjes in het hart van de Belgische hoofdstad uittorenen.

Gekwalificeerde meerderheid

In 1989 zag ik in Brussel goedbedoelende ambtenaren (onder wie veel Britten) die hun best deden handelsbelemmeringen weg te nemen, met behulp van de nieuwe – ook door Margaret Thatcher 
goedgekeurde – procedure van besluitvorming ‘met een gekwalificeerde meerderheid’. Het harmoniseren van regelgeving kreeg soms lachwekkende trekjes. Ik vertelde de lezers over eurocondooms en de felle oorlog tegen Britse chips met garnalencocktailsmaak. Toen kreeg je de Duitse hereniging en de paniekerige poging van Delors, Kohl en Mitterand om Duitsland aan Europa ‘vast te klinken’ met behulp van de euro. En sindsdien is het tempo van de integratie onverminderd hoog gebleven. Er kwamen steeds meer lidstaten bij en de regels voor de gekwalificeerde meerderheid werden zodanig opgerekt dat Groot-Brittannië steeds vaker aan het kortste eind zal trekken. Na het Verdrag van Maastricht kregen we ook nog de verdragen van Amsterdam, Nice en Lissabon, die de macht van de EU stapje voor stapje uitbreidden en in Brussel concentreerden. Volgens de bibliotheek van het Lagerhuis is zo’n 15 tot 20 procent van de Britse wetgeving nu afkomstig van de EU.