Moskovski Komsomolets   | Moskou

Welke kant gaat Rusland op? Krijgt het land meer democratie of schiet het in een totalitaire kramp? Duidelijk is in elk geval dat het huidige systeem op ontploffen staat, schrijft mensenrechtenactivist Lev Ponomariov.

Onafhankelijke deskundigen hadden het al voorspeld: de economische crisis, die voornamelijk wordt veroorzaakt door de gedaalde olieprijs, een agressieve buitenlandpolitiek, internationale sancties en Russische contrasancties, zal in 2016 nog niet voorbij zijn. En inderdaad neemt de inflatie toe, dalen de ambtenarensalarissen, zijn de bejaardenpensioenen te laag geworden om de basisbehoeften van te kunnen betalen en wordt de kloof tussen de rijken en de armen, waarvan er steeds meer zijn, alsmaar groter. De overheid blijkt niet in staat te zijn om deze problemen aan te pakken. Dat belooft een golf aan maatschappelijke protesten op te leveren.

Het land begint wakker te worden. Om dat te constateren hoef je alleen maar te kijken naar de manier waarop maatschappelijke organisaties zich organiseren in de strijd tegen bepaalde illegale besluiten van de autoriteiten – bijvoorbeeld tegen de stedelijke verdichting en het opheffen van groenstroken ten gunste van Moskouse projectontwikkelaars. Daarbij gaat het niet alleen om het recht van de Moskovieten op gezonde lucht, maar meer in het algemeen om het recht van burgers 
om tegen willekeur te strijden. Deze kwestie is onlangs aan de orde geweest in de Mensenrechtenraad van het Kremlin [een adviesraad van Poetin].

Waaraan het ook te merken is: parlementsleden, economen en ondernemers komen steeds openlijker met kritiek. De voornaamste informatiekanalen blijven voor politieke tegenstanders ontoegankelijk, maar het lukt ze wel om hun stem te laten horen via sommige media die nog vrij kunnen opereren en via de sociale netwerken. Opvallend genoeg zijn de afwijkende geluiden soms ook afkomstig van 
regeringsleden en deskundigen die dicht bij de macht staan.

De spanning zal alleen maar verder oplopen met de komende electorale cyclus van parlementsverkiezingen in 2016 en presidentsverkiezingen in 2018. 
Die vormen een cruciale test, zowel voor de regering als voor de samenleving. Wat kunnen we verwachten 
en waarop moeten we voorbereid zijn? Net als mijn activistische collega’s streef ik in deze roerige tijden diepgaande veranderingen na, maar dan wel zonder bloedvergieten. Want aan bloedige scenario’s is geen gebrek. Verblind door de macht van de grote getallen voorspellen sommigen voor 2017 zelfs een nieuwe gewapende revolutie.

Regering

Maar met welke krachten hebben we op dit moment te maken? Allereerst is er de regering. Die heeft als doel: zichzelf beschermen. Daarvoor is er de keuze uit twee strategieën. Enerzijds kun je uit angst voor een ‘oranjerevolutie’ steeds repressiever worden. Sinds 2012 zijn 
er wetten aangenomen die allerlei vrijheden en protestvormen inperken. De zaak Ildar Dadin, de eerste man in de geschiedenis van post-Sovjet-Rusland die vreedzaam demonstreerde en om die reden in de gevangenis belandde, 
is hiervan een duidelijk voorbeeld. Verder zal binnenkort een wet worden aangenomen die de veiligheidsdiensten meer ruimte geeft om gewapend of met geweld tegen burgers op te treden. 
Tegelijk worden er maatregelen genomen om maatschappelijke organisaties uit besluitvormingsorganen te verwijderen: via diverse amendementen zijn de commissies van toezicht op de gevangenissen opgeheven. De wet op de ‘buitenlandse agenten’ die al langere tijd van kracht is, heeft ervoor gezorgd dat tientallen, zo niet honderden ngo’s moesten stoppen. Het aantal strafrechtelijke vervolgingen wegens ‘extremisme’ neemt sterk toe. Daarbij gaat het in feite niet om echte oproepen tot geweld, maar vooral om kritiek, zelfs al is het maar een like of het delen van een bericht op de sociale media.

Maar omdat wel duidelijk is dat repressie alleen onvoldoende is om de protesten te smoren, probeert de regering anderzijds ook de meest actieve delen van de oppositie te manipuleren. Ze doen alsof ze via zogenaamde vernieuwing van de elites de corruptie bestrijden. Dat biedt wettelijk enige manoeuvreerruimte aan bepaalde critici die zowel door het Kremlin als door de oppositie worden gesteund, maar door het radicale deel van de oppositie worden gehekeld. Toch ligt het volgens mij allemaal niet zo simpel. Want als het aantal critici onder de sympathisanten van de regering en binnen het Kremlin groot genoeg wordt, dan zou er een kritische massa kunnen ontstaan die de situatie mogelijk zelfs doet kantelen. Laten we niet vergeten dat het Democratisch Platform van de CPSU [de Communistische Partij van de Sovjet-Unie] in soortgelijke omstandigheden is ontstaan en vervolgens een beslissende rol speelde in de vreedzame democratische revolutie aan het eind van de jaren tachtig.