NIN | Belgrado

Het is weer eens hommeles in Skopje, waar het corrupte bewind van premier Gruevski tot steeds terugkerende onrust leidt. Valt het land uiteen tot een federale staat?

Het besluit van de Macedonische president Gjorge Ivanov vorige maand om gratie te verlenen aan 56 politici die werden vervolgd vanwege betrokkenheid bij illegale afluisterpraktijken, was de laatste druppel waardoor de emmer met een al jaren broeiende politieke crisis in Macedonië overliep. Dat er tussen voor- en tegenstanders van de regering een nieuwe confrontatie zou volgen, was slechts een kwestie van tijd. De demonstraties in een aantal steden tegen de regering, de tegenbetogingen, de gewonden, de aanhoudingen en de onwrikbare standpunten van beide kampen behoren in een diep verdeeld Macedonië voortaan tot het politieke landschap.

De gratieverlening is niet meer dan een aanleiding. De oorzaak van de langdurige politieke crisis ligt in het beleid van premier Nikola Gruevski, die sinds negen jaar aan de macht is met zijn conservatief-nationalistische VMRO-DPMNE [maar op 15 januari voor de vorm is afgetreden]. Gruevski wordt beschuldigd van het afluisteren van tienduizenden mensen, van het entameren van processen tegen zijn tegenstanders, van verkiezingsfraude, van een te grote greep op de media, van vriendjespolitiek en corruptie, en van verrijking van zijn eigen clan.

Sinds Zoran Zaev, de leider van de sociaaldemocratische SDSM, in februari 2015 de afluisteraffaire in de openbaarheid bracht en bandopnamen liet uitlekken, zagen de minister van Binnenlandse Zaken en het hoofd van de geheime dienst zich gedwongen op te stappen. Gruevski liet het er niet bij zitten: begin 2016 beschuldigde hij Zaev ervan dat die ‘met hulp van buitenlandse geheime diensten een illegaal netwerk had opgezet om de hoogste staatsleiding af te luisteren’. En wel met het doel ‘compromitterende informatie’ te verzamelen en zo ‘de regering ten val te brengen’.

Op de registers van stemgerechtigden staan meer dan 300.000 mogelijk niet-bestaande kiezers