The New Yorker | New York

Donald Trump heeft een neus voor de woede die voortkomt uit de pijn van de in de steek gelaten werkende klasse. Gevaarlijk, volgens _New Yorker_-journalist George Packer. Loze beloften kunnen het cynisme alleen maar verergeren. Klinkt als…

De afgelopen week [4 mei] werd Donald Trump leider van de Republikeinse partij. Hij elleboogde zich een weg naar de top doordat hij zag wat veel intelligente mensen totaal niet zagen: de afbraak van Amerikaanse instituties en gebruiken, van Wall Street en de Senaat tot kabel en Twitter, plaveide niet alleen de weg naar de kandidatuur van een beroemde protofascist die zijn driften niet kan beteugelen, maar maakte die in bepaalde opzichten onvermijdelijk.

Het had geen verrassing hoeven zijn. Een eerste rimpeling deed zich voor in 2008 in de persoon van Sarah Palin, die Trump eerder dan bijna elke andere top-Republikein haar steun betuigde. Met haar minachting voor diploma’s en haar onbekommerde onbenulligheid was ze een avatar van Trump. Veel Republikeinen, onder wie veel vrouwen, herkenden zich in deze kleinsteedse vrouw-van-de-straat; veel mannen beschouwen de miljardair die geen blad voor de mond neemt als voorbeeld. Palin maakte met haar aanstellerij de gang van de politiek naar reality-tv, terwijl Trump brallerig de omgekeerde weg bewandelde. Samen sleten ze een pad uit dat al zowat gewoon is geworden.

Trump begreep bovendien wat de Republikeinse elite nog steeds moeite kost om te bevatten: de ideologie die hun partij sinds het eind van de jaren zeventig in haar greep heeft – antiregeringsgezind, probedrijfsleven, in naam godvruchtig – spreekt weinigen van de miljoenen gewone Republikeinen aan. De basis van de partij, de blanke werkende klasse van middelbare leeftijd, heeft minstens zo veel als elke andere bevolkingsgroep te lijden van globalisering, vrijhandel en immigranten die werken voor lage lonen. Trump had een neus voor de woede die uit die pijn oplaaide en gebruikte hem als brandstof voor zijn campagne. De conservatieve orthodoxie, die al door haar eigen extremisme was uitgehold – de laatste, minst aansprekende vaandeldrager was Ted Cruz – heeft een verbijsterende interne nederlaag geleden. En met Trump is er iets veel gevaarlijkers voor in de plaats gekomen: de politiek van de blanke identiteit.