Al-Monitor | Washington D.C.

De Iraanse overheid lijkt de populaire thuisvideoserie Sharzhad minder streng te beoordelen dan staats-tv-programma’s. Dat opent wellicht perspectieven.

In de jaren tachtig bestond de belangrijkste vorm van thuisvermaak in Iran uit twee televisiekanalen en twee radiostations. Voor wie genoeg had van het kijken of luisteren naar nieuws over de aanhoudende oorlog met Irak en de westerse sancties, bestond er maar één bron van vermaak: oude films uit de tijd van de voormalige sjah Mohammad Reza Pahlavi. Ondanks het gevaar van een boete of gevangenisstraf bleven mensen naar gesmokkelde en verboden huurvideo’s kijken.

Het kijken naar thuisvideo’s is nog steeds een van de weinige manieren om aan het radio- en televisiemonopolie van de Islamitische Republiek te ontsnappen. En een daarvan, de particuliere geproduceerde en voornamelijk via supermarkten gedistribueerde televisieserie Shahrzad, heeft volgens velen de grenzen van de officiële censuur in Iran verlegd.

Voor alle duidelijkheid: Shahrzad is een plaatselijke, legale productie. De vergunning is verleend door het ministerie van Cultuur en Islamitische Geleide, dat opereert onder supervisie van president Hassan Rohani, en niet door de Iraanse staatszender IRIB.

Een fragment van de srie Shahrzad.