Al Modon | Beiroet

Protesten in Cairo tegen president Sisi werden snel de kop ingedrukt. Maar uit de steun voor de demonstranten, de nerveuze reactie van het regime én de kritiek in de pers, blijkt dat er weer iets broeit in het land.

Begint het Egyptische regime van de kook te raken? Dat vragen de jongeren zich af na de golf van arrestaties, om niet te zeggen razzia’s, die enkele dagen voor 25 april plaats- vond in alle cafés in het centrum van Cairo waar jongeren tussen de achttien en dertig regelmatig komen.

De oproepen om te demonstreren op 25 april, de verjaardag van het vertrek van de laatste Israëlische soldaat uit de Sinaï, waren steeds talrijker geworden. Men wilde het regime ter verantwoording roepen voor het ‘verkwanselen’ van de eilanden Tiran en Sanafir in de Rode Zee, die waren teruggegeven aan Saoedi-Arabië. Deze datum was dus gekozen om het patriottisme van president Abdul Fatah al-Sisi, die daar in de drie jaar dat hij aan de macht is veelvuldig misbruik van heeft gemaakt, te overtreffen.

Volgens anonieme bronnen die werden geciteerd door de onafhankelijke krant Al-Shourouk had de president bevel gegeven alle betogingen te voorkomen. De officiële pers ontkende dit onmiddellijk. Maar zelfs een onafhankelijke krant zou zulke informatie nooit hebben durven publiceren zonder groen licht van een hoge instantie binnen het regime.

Volgens sommigen duidt dat op een ‘strijd om invloed tussen verschillende afdelingen van de veiligheidsdienst’, met name tussen de inlichtingendienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Met andere woorden, een strijd achter gesloten deuren waarvan het grote publiek alleen de naschokken voelt.

Je hoefde maar een dikke bos haar, een Che Guevara-baard en een schoudertas met een laptop te hebben om in de ogen van de ordetroepen voor een gevaarlijke revolutionair door te gaan