The Daily Telegraph | Londen

Britser kan het niet. De meeste provocateurs die de maatschappij een spiegel voorhielden, werden eerst in de ban gedaan en later geridderd als onderdeel van het Britse culturele erfgoed. Nu is de ooit zo verguisde punk aan de beurt.

De scheppingslegende van de punkrock begint met de auditie van Johnny Rotten bij de Sex Pistols, in een gewoon confectie-Pink Floyd-T-shirt waarop hij zelf ‘I HATE’ had gekrast boven de naam van die band. Het was de volmaakte intentieverklaring: een opzettelijke, opruiende verwerping van alles wat er vroeger was geweest. Punk zou een nieuw tijdperk worden, niet besmet door al die onzin van het verleden. Later nam de beweging zelfs de term ‘Year Zero’ over van het barbaarse Pol Pot-regime in Cambodja, bedoeld om de geschiedenis van dat land voordat de Rode Khmer er in 1975 de macht greep, uit te wissen.

Daarom heeft het feest van nostalgie rond het veertigjarig jubileum van de punk dat voor dit jaar staat gepland, iets eigenaardigs. Zeker als de minister van erfgoed in een Conservatieve regering aankondigt dat twee gebouwen in de Londense Denmark Street tot monument worden verklaard, gedeeltelijk vanwege hun band met de Sex Pistols. Dat zwelgen in het verleden was toch juist wat de punk wilde uitroeien?

Want als er één ding nog Britser is dan het bespotten van de gevestigde orde, dan is het wel het omarmen van de critici