360 Magazine | Amsterdam

In tijden dat pathos een speler is geworden in de politieke piste, geven cijfers houvast. Voor één keer wijkt 
360 daarom af van de manier waarmee we normaliter een dossier samenstellen, en volgt het toonaangevende blad 
The Economist in haar voorspellingen voor 2017. Volgens onze verwachting kan ‘de wereld in cijfers’ nog wel eens een naslagwerk worden.

Het lijkt de meest kille manier om naar de wereld te kijken: cijfers, economische cijfers, over groei en haperende ontwikkeling, over begrotingstekorten en inflatieniveaus, over bruto binnenlands product, per land en per hoofd van de bevolking. Toch kan zo’n overzicht verhelderend zijn en net zo informatief als een geschreven tekst.

De jaarlijkse beredeneerde voorspellingen van het Britse weekblad The Economist duiden voor 2017 op een verrassend gestage, maar ongelijk verdeelde groei. Die is in Azië met 5,2 procent het sterkst en in het westelijk deel van Europa met 1,1 procent het zwakst. Op zich zeggen die cijfers niets over welvaart, en nog minder over welvaartsverdeling. De welvaart neemt wereldwijd toe – in Europa en in Latijns- en Noord-Amerika op dit moment weliswaar in een lager tempo dan in Azië en Afrika, maar bedenk dat ten opzichte van de westerse wereld vrijwel alle andere landen vanuit een eeuwenoude achterstandspositie komen.

Hier beloopt de verwachte economische groei in 2017 slechts een magere 1 procent, maar het bruto binnenlands product komt daarbij uit op 51.350 dollar per hoofd van de bevolking

Dat India, China en Indonesië, samen goed voor circa drie miljard inwoners (bijna de helft van de wereldbevolking), in het komende jaar groeicijfers van respectievelijk 7,5, 6,0 en 5,3 procent kunnen verwachten, onthult weinig of niets over het individuele welvaartsniveau van de Indiër, de Chinees of de Indonesiër. Iets duidelijker wordt de situatie als je er een andere cijferreeks naast legt: het bruto binnenlands product (de totale waarde van in het land geproduceerde goederen en diensten). Die is, voor koopkrachtverschillen gecorrigeerd, in dollars respectievelijk 7110 (India), 17.050 (China) en 12.530 (Indonesië) per hoofd van de bevolking.

En vergelijk dat dan eens met Nederland. Hier beloopt de verwachte economische groei in 2017 slechts een magere 1 procent, maar het bruto binnenlands product komt daarbij uit op 51.350 dollar per hoofd van de bevolking. Wij, oud-kolonialen, zijn dus, gezamenlijk, drie keer zo rijk als de Chinezen, vier keer ten opzichte van de Indonesiër en ruim zeven keer beter af dan de Indiër. Maar dat is nog altijd beduidend armer dan de Singaporees met zijn 88.810 dollar. Gemiddeld.

Er blijft nog zo veel te wensen over.

Illustratie: © Bas van Vuurde