Clarín | Buenos Aires

Volgens de Amerikaanse politicoloog David Rieff is het niet altijd verstandig het verleden te blijven oprakelen. In een opmerkelijk essay pleit hij voor een vergeetcultuur na grote tragedies. De Argentijnse krant Clarín sprak met hem.

In uw boek In Praise of Forgetting uit 2016 bestrijdt u de zienswijze dat volkeren die zich het verleden niet herinneren gedoemd zijn in herhaling te vervallen. U vindt dat we beter kunnen doorgaan met leven?

‘Alles hangt af van de situatie, het moment, de context. Mijn standpunt is dat als de morele eis van het herinneren te veel leed veroorzaakt om nog te worden ingewilligd, je zelfs aan een “morele eis van het vergeten” zou kunnen denken. De titel van mijn boek is vooral provocerend, nodigt uit tot reflectie. Het is verkeerd om te zeggen dat herinnering natuurlijk is en vergeten niet. Het collectieve geheugen is een constructie, en een veranderende constructie. Maar ik zeg ook niet dat degenen die zich het verleden herinneren gedoemd zijn.’

Toch is het moeilijk om niveaus van lijden te bepalen. Welk onderscheid maakt u daarin?

‘Mijn ervaring in Bosnië heeft me geleerd dat de prijs van de herinnering soms heel hoog is: mensen hebben elkaar vermoord vanwege gebeurtenissen van vier of vijf eeuwen geleden. In Noord-Ierland is de rancune blijven voortbestaan toen het dispuut allang niet relevant meer was. In zo’n geval, net als in de Israëlisch-Palestijnse kwestie, is misbruik van de herinnering “schadelijk voor de gezondheid”, zoals op sigarettenpakjes staat.’