Die Welt | Berlijn

Tot 19 november is in de Kunsthalle van Bremen een tentoonstelling te zien rond het koloniale verleden van de stad. Een dappere expo waar veel andere instellingen wat van kunnen leren, vindt Die Welt.

De naam klinkt provinciaals, maar de tentoonstelling in de Kunsthalle van Bremen opent een wijde horizon. Aan de titel ‘Bremen en de kunst van de koloniale tijd’ gaan immers drie woorden vooraf: ‘De blinde vlek’. Die woorden geven aan waar het hier om gaat: de sporen van de grote jaren van die stad, van handel en verovering, liggen nog altijd tussen de museumcollecties verborgen. Hoewel overal in Duitsland etnologen min of meer buiten het zicht van het publiek om onderzoek doen en er al tientallen jaren lang contacten bestaan met de gemeenschappen in de landen van herkomst, kreeg de museumbezoeker nooit eerder een inkijkje in hoe het er in die tijd aan toe ging: wie geïnteresseerd waren in het halen van objecten naar Duitsland en hoe zeer de mentaliteit verweven was met het leven van alledag. Niet eerder werd de koloniale geschiedenis door een Duits kunstmuseum van zo veel kanten belicht.

Grenzeloos en interdisciplinair

Een korte uitleg over de ontstaansgeschiedenis van de tentoonstelling is hier op zijn plaats. Curator Julia Binter werkte, dankzij een beurs van de Federale Cultuurstichting, vanaf het voorjaar van 2016 met de plaatselijke universiteit en het Afrika-netwerk in Bremen aan manieren om die tijd over het voetlicht te brengen, te leren begrijpen en te bediscussiëren. Met deze expositie reageert de etnoloog, die eigenlijk in Oxford promoveert, op de crisis in haar vak dat zich al jarenlang veel moeite getroost om de Europese en de buiten-Europese geschiedenis in onderling verband te benaderen.

Wat is hier nieuw? Haar tentoonstelling is grenzeloos en interdisciplinair, ook al omdat ze gehouden wordt in een kunstmuseum – ze behandelt de geschiedenis vanuit allerlei perspectieven: stadsgeschiedenis, etnologie, kunstgeschiedenis, en tezamen met hedendaagse kunstenaars en burgers stelt ze kritische vragen aan onze eigen tijd.

Bremen is daarvoor de perfecte plek: de kooplieden, vaak ook vooraanstaande mecenassen in het culturele leven, waren sterk betrokken bij de kolonisatie van West- en Zuidwest-Afrika. Nog na de Eerste Wereldoorlog eiste de Bremer Ausschuss des Reichsverbands der Kolonialdeutschen de overzeese Duitse gebieden terug en onder het nationaalsocialisme werd Bremen aangeduid als de ‘Stadt der Kolonien’. De Kunsthalle zelf is het product van de door het kolonialisme nieuw verworven rijkdom. Kooplieden stonden in 1823 aan haar wieg. Inmiddels huisvest ze een voortreffelijke collectie, vanaf de veertiende eeuw tot heden.