Haaretz | Tel-Aviv

Standbeelden kent Israël nauwelijks, maar verschillende straten, parken en monumenten dragen de naam van rechtsextremisten, stelt de krant Haaretz spijtig vast.

Ook al ontbreekt het Israël niet aan controversiële figuren, ons land kent nog geen conflicten zoals die in de Verenigde Staten zijn uitgebroken rond de standbeelden van geconfedereerden. Dat komt vooral doordat het standbeeld in de Israëlische cultuur maar een marginale rol speelt. Dat wil niet zeggen dat degenen die hun stempel op ons land hebben gedrukt niet op waarde worden geschat, gezien het aantal scholen, ziekenhuizen, snelwegen, bruggen, parken, openbare plekken, militaire bases en, uiteraard, straten die hun naam dragen.

Net als in de Verenigde Staten worden enkele ronduit omstreden figuren in de openbare ruimte geëerd. Meir Kahane, de van oorsprong Amerikaanse racistische rabbijn wiens partij door Israël verboden werd, heeft zijn naam aan een straat in de stad Or Akiva gegeven, evenals aan een park in de zionistisch-Joodse nederzetting Kiryat Arba op de Westelijke Jordaanoever. In dit park vind je ook het graf van een andere beruchte figuur, Baruch Goldstein, de Amerikaans-Joodse arts die negenentwintig Palestijnen vermoordde die aan het bidden waren in Tombe van de patriarchen in Hebron. Ook al is het geen officieel monument, het graf van Goldstein is een bedevaartsplek geworden voor extreemrechtse militanten.

Rehavam Zeevi, voormalig generaal, minister van Toerisme en leider van een extreemrechtse partij die de uitzetting van alle Palestijnen voorstond, heeft zijn naam gegeven aan een brug, een autosnelweg, verscheidene monumenten, een nederzetting op de Westelijke Jordaanoever en talrijke Israëlische straten. Toen hij in 2001 door een Palestijns commando werd vermoord op het hoogtepunt van de tweede intifada, was Zeevi niet alleen omstreden vanwege zijn politieke standpunten, maar ook vanwege talrijke beschuldigingen van verkrachting. Enkele maanden geleden heeft de regering-Netanyahu onder druk van belangrijke veteranen en president Rivlin (Likoed) moeten afzien van haar plan om een monument ter nagedachtenis aan de Onafhankelijkheidsoorlog naar Zeevi te vernoemen.

Minister van Binnenlandse Zaken Arie Deri gaf de stad 48 uur om de borden te verwijderen. Wat onmiddellijk gebeurde