El Mundo | Madrid

Rond de Straat van Gibraltar en in de Golf van Cádiz leven al vijfduizend jaar orka’s. Omdat de unieke groep dreigt uit te sterven, komt er nu een reservaat.

Al sinds de tijd van de Feniciërs, die vijfduizend jaar geleden de Middellandse Zee bevoeren, worden orka’s beschreven als bloederige monsters. Zo deden legenden de ronde dat ze ’s zomers walvissen zijn, maar ’s winters veranderen in wolven die het vasteland onveilig maken. Tegenwoordig worden de dieren in films en boeken gretig gecast in de rol van killer whale.

Die kwalificaties gaan in elk geval niet op voor de Iberische orka, die rond de Straat van Gibraltar en in de Golf van Cádiz leeft, en waarvan nog maar vijf families over zijn. Het is een unieke populatie, genetisch geïsoleerd van andere groepen, zoals die in de Noordzee of rond de Canarische Eilanden. ‘Het toekomstbeeld voor deze ondersoort is somber,’ vertelt Renaud Stephanis, die ondanks zijn Franse voor- en achternaam een van de grootste Spaanse kenners is van deze orkapopulatie.

In tegenstelling tot hun soortgenoten bij Baja California en Patagonië eten deze orka’s geen walvissen, haaien of dolfijnen. En natuurlijk eten ze ook geen mensen. Wel delen ze met de mens een voorkeur voor de bedreigde rode tonijn. Zodra de orka’s een groep van deze prooidieren bespeuren, verdelen ze zich in groepen van zeven die op een afstand van 100 tot 150 meter van elkaar gaan zwemmen. Vanuit deze positie vormen ze een soort onzichtbaar net en achtervolgen ze de tonijnen met hoge snelheid totdat deze uitgeput zijn, precies zoals wolven dat doen met hun prooi.

© Courtesy Center for Whale Research