Süddeutsche Zeitung   | München 

Duitse werkgevers huurden privédetectives in om compromitterende informatie over lastige werknemers te vinden, zodat ze konden worden ontslagen. In de Süddeutsche Zeitung klapt een infiltrant uit de school.

Op een avond voelt de detective dat hij het niet langer trekt. Hij zit achter het stuur, achtervolgt een andere auto met de bedoeling de bestuurder ervan te intimideren. De chauffeur raakt inderdaad in paniek, drukt het gaspedaal diep in, schiet een bocht om, de auto komt in overstuur. ‘Levensgevaarlijk,’ denkt de speurder. Hij heeft weinig scrupules, maar ombrengen wil hij niemand. Nu is het genoeg, zegt hij tegen zichzelf. Hij staakt de achtervolging. De zaak zet hem aan het denken en algauw breekt hij met zijn leven als snuffelaar, belager en vallenzetter. In al die jaren als privédetective heeft hij telkens weer andere rollen moeten spelen en daarbij heeft hij geleerd dat liegen complex is. Hij zit immers niet alleen in zijn auto om anderen te achtervolgen of te fotograferen, om informatie te verzamelen moet hij zich ook vaak uitgeven voor een ander. ‘Een valse identiteit vergt veel voorbereiding,’ zegt hij, ‘een leugen wordt pas geloofwaardig door de details.’

In januari 2012 moet hij inspringen bij een bejaardenhuis in Bad Nauheim (Hessen). Hij bereidt zich hierop voor door op YouTube filmpjes over bejaardenzorg te bekijken. Eind januari heeft hij samen met bejaardenverzorgster Ernestine Cornella en haar collega nachtdienst. Als ze ’s nachts om half twee even pauze hebben, zet hij sekt, tequila en wat glazen op tafel. Hij vertelt dat dit zijn laatste dienst is als uitzendkracht. Bovendien is hij jarig. Verzorgster Cornella vindt haar lange, innemende collega sympathiek, maar dit kan niet, vindt ze. ‘We zijn hier in een bejaardenhuis, niet in de kroeg,’ zegt ze. ‘Alcohol is hier verboden.’

Op dat moment verschijnt volkomen onverwachts de directrice van het huis met een aantal begeleiders. Controle, ver na middernacht. Wat de tequila daar moet, vraagt ze. Het heeft er alle schijn van dat ze haar werkneemster Cornella betrapt heeft op het gebruik van alcohol. Ze stuurt de verkeerde verzorger naar huis en roept haar de volgende dag op het matje. Daarmee begint voor Cornella, destijds midden veertig, een nachtmerrie. De energieke alleenstaande moeder werkt vanaf haar eenentwintigste in de zorg. Ze heeft zich sterk gemaakt voor de oprichting van een ondernemingsraad en werd daar ook direct in gekozen. Sinds die tijd heeft ze een moeizame verhouding met de leiding van het huis. Na de vermeende alcoholnacht wordt Cornella geschorst, haar salaris stopgezet. Op weg naar huis is er maar één vraag die haar bezighoudt: ‘Hoe vertel ik het mijn zoon? Moet ik zeggen dat zijn moeder eruit is gevlogen, omdat ze tijdens de dienst heeft zitten zuipen?’

Hij verzamelt materiaal, bij voorkeur zaken die met seks, drugs of geweld van doen hebben