The Washington Post   | Washington D.C.

Amerika draait niet meer op steenkool. 
Maar de nalatenschap is onuitwisbaar in Boone County, West Virginia. Het was zwaar. Je werd er hard van. En het verdiende lekker.

Boone County beweert de bakermat van de Amerikaanse steenkoolindustrie te zijn vanwege het vette, overvloedige zwarte gesteente dat bijna driehonderd jaar geleden 
in de groene heuvels van West Virginia werd ontdekt. Steenkool komt hier in bijna alle namen terug: de rivieren Big en Little Coal, het weekblad Coal Valley News, het wonderbaarlijke Bituminous Coal Heritage Foundation Museum en het West Virginia Coal Festival, dat dit jaar voor de vierentwintigste keer werd gehouden.

Het festival is meer een jaarmarkt dan een viering van steenkool. Er is een kermis en een talentenjacht, en er zijn zeven missverkiezingen (variërend van Little Miss Coal Festival tot Forever West Virginia Coal Queen). Bij het standbeeld van een mijnwerker wordt ieder jaar een kleine herdenkingsbijeenkomst gehouden. Er zijn in totaal vijf slachtoffers, minder dan het aantal Miss Coals op de trap van het neoklassieke provinciehuis, die met hun koolzwarte sjerpen langzaam verpieteren in de hitte. Geen van de directieleden, noch vertegenwoordigers van de eens zo sterke vakbond, hebben de moeite genomen aanwezig te zijn.

In plaats van de bloeiende bedrijfstak die het ooit was, en die nog altijd gevierd wordt met nepdiamanten en praalvertoningen, is de mijnbouw inmiddels eerder een blijvende erfenis. Dat is meteen ook het probleem van het kolengebied en vormt de uitdaging voor de promotors. Want de mijnbouw lijkt niet meer op de indringende beelden van fotograaf Walker Evans; een groot deel van de wereld heeft zich verder ontwikkeld. Maar Boone County niet. Nog niet.

‘We willen ons erfgoed levend houden. We willen niet dat het een stervende bedrijfstak is,’ zegt Delores W. Cook, algemeen directeur van het festival, maar eigenlijk de vorstin van het geheel. ‘Dit is voor de mensen in West Virginia hun leven geweest; jaar in, jaar uit hebben zij voor dit hele land het licht laten branden.’

Cook schikt haar hoge meringuekapsel. Ze is een mijnwerkersdochter, en dat 
is een ‘onderscheiding’ die bij kennismaking wordt vermeld. Haar overleden echtgenoot Dennis ‘De’ Cook (iedere mijnwerker heeft wel een verkleinwoord) heeft ‘42 en een half jaar’ in de mijnen gewerkt, vertelt zijn weduwe.

Voor- en tegenspoed

Boone County kende voor- en tegenspoed dankzij de mijnen. De regio is nog altijd afhankelijk van deze industrie, omdat er weinig zicht is op een alternatieve inkomstenbron. Afgelopen jaar werkten slechts zevenhonderd inwoners van Boone County in de mijnen. Het schooldistrict is de grootste werkgever. Maar omdat de belastinginkomsten uit steenkoolwinning vorig jaar zo drastisch daalden – 
minder dan eenvijfde van de inkomsten in 2007 – moesten er honderdvijftig medewerkers worden ontslagen.

Decennia na de hoogtijdagen en ondanks de beschikbaarheid van schonere en meer gebruikte energiebronnen, staat steenkool momenteel weer volop in de belangstelling. In het nationale debat speelt de mijnbouw een grotere rol dan gerechtvaardigd zou zijn als 
je kijkt naar de consumptie: met 15 procent van Amerika’s energiebronnen produceert het ongeveer 
eenderde van alle elektriciteit. Het is alsof een discussie over locomotieven opnieuw is aangezwengeld. Fracking, onlangs nog een constante in het nieuws, is naar de achtergrond verschoven. Net als olie.

Omarmd door Donald Trump en als achterhaald weggewuifd door Hillary Clinton domineerde steenkool het energiedebat tijdens de presidentscampagne. ‘We moeten af van steenkool en alle andere fossiele brandstoffen,’ zei de Democratische kandidaat, waarmee ze voor de mensen in dit 
district meteen een paria werd.

Amerikanen kunnen de mijnbouw moeilijk uit hun hoofd zetten, ook 
al vonden in 2015 nog geen 66.000 man werk onder de grond. Warenhuisketen Kohl’s heeft meer dan 
twee keer zoveel mensen in dienst. Maar retail werkt niet in dezelfde mate op de Amerikaanse verbeeldingskracht en levert geen verhalen op, inspireert niet tot muziek en is niet bepalend voor de identiteit. ‘Er werden hele gemeenschappen gesticht om steenkool te winnen,’ zegt Barbara Freese, auteur van Coal: A Human History. ‘Steenkool heeft zijn eigen geografische gebied en cultuur geschapen.’