The Observer   | Londen  

De politieke loopbaan van David Davis (68) leek al voorbij, toen hij door Theresa May tot minister en Brexit-onderhandelaar werd benoemd. Nu lijkt zelfs een premierschap niet uitgesloten.

Diep in het landelijke Herefordshire, waar de SAS zijn hoofdkwartier heeft, staat het zogeheten Killing House. Het is een onopvallend gebouw waar speciale militaire eenheden getraind worden in reddingsoperaties waarbij een ‘gegijzelde’ levend moet worden bevrijd en dummyterroristen moeten worden uitgeschakeld. Toen David Davis, voormalig reservist van de Speciale Eenheden, onlangs zijn oude regiment bezocht, werd hij uitgenodigd om deze oefening nog eens te proberen om oude tijden te doen herleven. De minister die Groot-Brittannië uit de EU moet loodsen, inmiddels 68 jaar, kon dat verzoek niet weerstaan. Tien minuten later kwam hij volgens het verhaal met een grijns naar buiten. Doelwitten gedood, gegijzelde ongedeerd, missie geslaagd.

Dit typeert Davis: hij is uiterst macho en enigszins blufferig (er is weleens over hem gezegd dat hij zelfs als hij op een stoel zit nog swagger heeft) – het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. Maar de anekdote illustreert ook zijn onvermogen om een uitdaging af te slaan, en daarin zal hij nu danig op de proef worden gesteld. Zijn vrienden zweren bij hoog en bij laag dat hij niet verder kijkt dan zijn ministerschap, maar inmiddels is het niet meer zo idioot om te veronderstellen dat David Davis aan het eind van de zomer weleens de Britse premier zou kunnen zijn. Het kabinet probeert een nieuwe strijd om het leiderschap uit alle macht te voorkomen, maar de Tories vragen zich af of de overduidelijk malheureuze Theresa May de Brexit wel aankan. (Ze schijnt tegen vrienden te hebben gezegd dat dit de moeilijkste periode in haar leven is sinds het overlijden van haar ouders.) Volgens een recente enquête van de website ConservativeHome is Davis bij de meerderheid van de partijleden favoriet als haar opvolger, terwijl hij een steeds grotere steunpilaar voor haar aan het worden is.

‘Ze is sterk van hem afhankelijk, dat is bijna gênant om te zien,’ zegt een bron over hun vergaderingen. ‘Alle besluiten worden nu genomen door Theresa May, Philip Hammond en David Davis. De ambtenaren weten dat als die drie de koppen bij elkaar steken en het eens worden, ze het kabinet mee kunnen krijgen. Maar zij voegt zich naar Davis – ze is onbeleefd tegen Philip Hammond.’ Mocht ze halverwege de Brexit-onderhandelingen ontslag nemen, dan kan Davis het stokje moeiteloos overnemen, mits hij wordt gesteund door Hammond, de minister van Financiën, met wie hij steeds beter bevriend raakt. Bovendien groeit hij in zijn rol. Terwijl hij aanvankelijk arrogant en overmoedig was over de Brexit, hebben Philip Hammond, zijn ambtenaren, zijn zakelijke contacten en zijn speciale adviseurs uit het Remainkamp hem laten kennismaken met de realiteit, en hij is verrassend genoeg bereid naar hen te luisteren.

Nederige afkomst

Hij zou zichzelf kunnen aanprijzen als de Leaver met wie beide kampen overweg kunnen, bereid om compromissen te sluiten in het belang van de werkgelegenheid, ruimhartig wat betreft immigratie, een geboren polderaar wiens handen eerder gebonden waren door een gebrek aan flexibel beleid van Number 10. (Chapman, onlangs uit de regering gestapt, heeft in het openbaar gezegd dat het populistische besluit van May om te breken met het Europees Hof van Justitie de voortgang ernstig belemmert.) Er wordt wel gedacht dat hij tot een ‘zachte Brexit’ zou kunnen worden overgehaald, met als stootkussen de overgangsperiode van onderhandelingen met de EU volgens voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de huidige.

En als het al onwaarschijnlijk wordt geacht dat Davis tot ver na zijn zeventigste in functie blijft, dan is dat alleen maar gunstig voor de jongere ministers die ongeduldig op hun beurt wachten. ‘Jonge kardinalen,’ merkt een bondgenoot op, ‘hebben graag een oude paus.’ Maar het blijft onduidelijk of hij zijn eeuwige zwakte heeft overwonnen: de neiging om zijn hand te overspelen.

Davis werd in 1948 geboren in York, als zoon van een alleenstaande moeder, in een tijd waarin dat nog een schande was. Zijn vader was een getrouwde man die haar in de steek liet toen bleek dat ze zwanger was. David werd eerst grootgebracht door zijn grootouders, maar toen zijn moeder met een andere man trouwde, verhuisde hij naar de sociale huurwoning in Londen waarin zij hun intrek namen.