Financial Times  | Londen

De Chinese e-commercegigant Alibaba heeft torenhoge internationale ambities, maar Jack Ma voelt de hete adem van binnenlandse concurrenten in zijn nek.

Alibaba is een bedrijf dat graag denkt dat het een land is. Jack Ma, de voormalige leraar Engels die het bedrijf heeft opgericht, is als een ervaren diplomaat in de weer op het internationale toneel. Op de G20-top in Hangzhou sprak hij vorig jaar met de premiers van Australië, Canada en Italië. In januari was hij de eerste Chinese zakenman die na Trumps verkiezingszege openlijk een onderhoud met hem had, een dikke maand vóór Trumps ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping. En in de maanden daarna werd Ma gesignaleerd met de regeringsleiders van Argentinië, Australië, Israël, Maleisië en Pakistan.

Groter dan bbp

Ma heeft namelijk mondiale ambities met Alibaba, het vanuit zijn flatje in Hangzhou begonnen platform voor internethandel dat inmiddels 309 miljard dollar waard is. Hij wil dat zijn omzet in 2036 groter is dan het bruto binnenlands product van elke economie ter wereld op vier na: alleen het bbp van de VS, China, Japan en de EU duldt hij dan nog vóór zich. Hij streeft naar twee miljard klanten, wat met de huidige wereldbevolking neerkomt op één op de vier mensen. En om die doelen te bereiken komt hij met voorstellen die eerder doen denken aan projecten van een politicus dan die van een industrieleider. Om de technologische backbone van het bedrijf te verstevigen, zei hij in maart, wil Alibaba ‘zijn eigen NASA opzetten’ – voor minder doet hij het niet. En nu het internationale handelsoverleg wereldwijd is gestokt, heeft hij een platform gelanceerd dat als een soort Wereldhandelsorganisatie (WTO) voor het midden- en kleinbedrijf moet fungeren. ‘Ik denk dat de globalisering de komende tien, twintig jaar zal worden aangejaagd door het bedrijfsleven,’ zei hij vorige maand. Hij omschrijft dit project als een ‘e-WTO’.

Ondanks die torenhoge internationale ambities heeft het concern voorlopig grote moeite voet aan de grond te krijgen in Europa of de VS – een land dat Alibaba nu probeert te paaien met de belofte van één miljoen nieuwe banen. Ondertussen kampt het concern in eigen land met felle concurrentie en aanhoudende speculaties over een politieke afstraffing door Beijing. Er zijn genoeg Chinese bedrijven die zich in buitenlandse avonturen hebben verslikt. Toch durven weinig deskundigen nu al een mislukking te voorspellen. ‘Als de globalisering zwanger werd van een tweeling, zouden die Jeff Bezos [de oprichter van Amazon] en Jack Ma worden genoemd,’ zegt Michael Zakkour van adviesbureau Tompkins. ‘Zij vormen de volmaakte belichaming van globalisering 2.0.’

In China vertakken de activiteiten van Alibaba zich in bijna alle aspecten van het dagelijks leven: winkelen, financiën, chatten, gezondheid, entertainment en nieuws. Je kunt in China bijna alles met je mobieltje betalen, van koffie of kleding tot de elektriciteitsrekening. Het onlinebetaalsysteem Alipay is er zo wijdverbreid dat het zelfs door daklozen wordt gebruikt. De Alibaba Group is goed voor een tiende van de complete Chinese detailhandelsomzet en beschikt met Yu’E Bao, dat meer dan 165 miljard dollar in beheer heeft, over het grootste geldmarktfonds ter wereld. Dit is het bedrijf dat eBay van de Chinese markt joeg en korte metten maakte met Yahoo, waarvan het de Chinese tak in 2005 heeft ingelijfd. Vicedirecteur Joe Tsai omschrijft het concern als ‘één grote broedkamer van ideeën’. Dat zijn dan zulke futuristische ideeën als betalen via gezichtsherkenning en een onlineloket voor medisch advies én de benodigde medicijnen (een onlinedokter en apotheek in één). Het concern speurt continu naar nieuwe investeringsmogelijkheden: het heeft belangen in tal van start-ups, waaronder Snap en Lyft.