L’Orient-Le Jour   | Beiroet 

De crisis tussen Saoedi-Arabië en Qatar duurt na twee maanden nog altijd voort. Een interview met Bernard Haykel, hoogleraar aan Princeton University en kenner van het wahabitische koninkrijk.

Heeft de confrontatie tussen het Saoedische kamp en Qatar de allianties in het Midden-Oosten herschikt?

Bernard Haykel: ‘Het is een beetje te vroeg om te praten over politieke verschuivingen in de Golfregio. Er is een zekere band tussen Iran en Qatar die zich heeft verstevigd, zoals blijkt uit Iraanse voedselzendingen en het feit dat Iran zijn luchtruim heeft geopend voor Qatarese vliegtuigen. Je kunt dus spreken van een toenadering, maar historisch en cultureel behoort Qatar niet tot de Iraanse invloedssfeer. Het blijft onlosmakelijk verbonden met de Arabische wereld en het Arabisch schiereiland. Hoe lang deze crisis ook duurt, ik verwacht niet dat er nieuwe bondgenootschappen uit zullen voortkomen, dus ook geen hecht bondgenootschap tussen Iran en Qatar. Dat zie je in Syrië, waar Iran en Qatar ieder de kant hebben gekozen van partijen die elkaar vijandig gezind zijn. Saoedi-Arabië probeert de crisis met Qatar tot de Golfregio te beperken, zodat deze niet ontaardt in een bredere crisis die wel tot nieuwe alliantievorming zou kunnen leiden.’

Heeft het Saoedische koninkrijk de zegen van de Amerikanen in de wijze waarop het Qatar aanpakt?

‘Ik geloof niet dat Saoedi-Arabië of de Verenigde Arabische Emiraten de Amerikanen om hun zegen hebben gevraagd. Saoedi-Arabië en de Emiraten ontvingen inlichtingen over Qatarese financiële steun aan opposanten van hun regimes in Europa en op het Arabisch schiereiland zelf. Op grond daarvan besloten beide landen Qatar de duimschroeven aan te draaien. Aangezien zij net hele goede betrekkingen hadden aangeknoopt met de Amerikaanse president Donald Trump, en met name met diens schoonzoon Jared Kushner, meenden zij automatisch van Amerikaanse steun verzekerd te zijn. Die hebben ze ook gekregen, maar toch hebben beide landen zich in twee zaken misrekend. Ten eerste hebben zij niet voorzien dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en voormalig CEO van ExxonMobil, Rex Tillerson, een lans zou breken voor Doha, omdat hij op goede voet verkeert met het Qatarese leiderschap (ExxonMobil heeft nergens zulke grote zakelijke belangen als in Qatar).

De tweede fout is dat de grote Amerikaanse basis van Al-Udeid in Qatar essentieel is voor militaire operaties van Afghanistan tot aan de Middellandse Zee. De Amerikaanse minister van Defensie, generaal Mattis, heeft Trump duidelijk gemaakt dat deze basis operationeel moet blijven, en dat de crisis tussen de landen in de regio daar in geen geval invloed op mag hebben. Mattis en Tillerson hebben Trump dus allebei weerwerk geboden. Waarop de Amerikaanse president besloot de behandeling van de kwestie over te dragen aan zijn minister van Buitenlandse Zaken. Saoedi-Arabië en de Emiraten zijn dus in verwarring gebracht door de Amerikaanse reactie, die gecompliceerder is dan de onvoorwaardelijke steun die ze van Trump zelf aanvankelijk kregen. In de huidige situatie zullen de Amerikanen niet toestaan dat de crisis ontaardt in een gewapend conflict.’