Artsy   | New York

Waarom het Centrum voor Minder Goede Ideeën van William Kentridge in Johannesburg (Zuid-Afrika) een heel goed idee is.

De versleten uitspraak ‘kill your darlings’ zullen de meeste schrijvers in spe wel kennen. Het principe dat eraan ten grondslag ligt kan makkelijk ook op andere creatieve activiteiten worden toegepast: wees bereid ideeën en teksten die je aan het hart liggen weg te gooien en ruimte te maken voor alles wat in de periferie van je verbeelding ligt. Dat vindt ook William Kentridge, die vorig jaar in Johannesburg (Zuid-Afrika) het Centrum voor Minder Goede Ideeën oprichtte. De kunstenaar legt in een introductievideo voor het − onlangs afgesloten − eerste cursusjaar van het instituut uit dat de nadruk ligt op het weggooien van dat ‘enorme, grote flitsende idee’ ten gunste van een minder goed concept.

Het Centrum, gevestigd aan de oostrand van de binnenstad van Johannesburg, organiseert intensieve, experimentele workshops voor beeldend kunstenaars, conservatoren en uitvoerend kunstenaars uit verschillende disciplines. Ze lopen een paar maanden en culmineren in een festival van avondlijke gebeurtenissen. Overeenkomstig de rijkelijk multidisciplinaire activiteiten van Kentridge zelf en gezien zijn fascinatie voor het proces, ligt de nadruk in het hele programma op uitvoeringen.

Ruimte scheppen

‘Het gesprek begon met vijf mensen om een tafel,’ vertelt Bronwyn Lace, een van de animateurs zoals Kentridge degenen noemt die bij het Centrum dingen organiseren. Het doel was ‘ruimte scheppen voor de tussendoortjes, het commercieel onhaalbare, de afkorting, het domme idee’, zegt ze. Om deel te nemen moet je worden uitgenodigd. Kentridge en Lace hadden aan een groep conservatoren gevraagd kunstenaars uit Johannesburg en de rest van Zuid-Afrika bijeen te halen. Het programma is niet alleen gratis, alle deelnemers worden ook nog eens betaald. De groep kunstenaars (het eerste jaar liep het aantal uiteindelijk op tot negentig) werkt samen in een break-outgroep: open, vormvrije workshops met als doel dat waar ze mee bezig zijn uiteindelijk tot een presentatie te verwerken.

Het Centrum kijkt liever naar het proces dan naar een oplossing, ziet liever iets met substantie dan een flits. Deze basisprincipes zijn het resultaat van maandenlang onderzoek, waarin Lace zich ‘een beeld vormde van de noden en wensen van kunstbeoefenaars in Zuid-Afrika’. Wat ze ontdekte was dat hun mogelijkheden om financiering te krijgen zeer verschillend zijn. Behalve in de commerciële galeries in Johannesburg, waaronder een paar toonaangevende (zoals de Goodman Gallery die ook Kentridge vertegenwoordigt), leggen financiers bijzonder veel nadruk op aspecten die gerelateerd zijn aan de huidige postapartheidsperiode. Met name de druk op kunstenaars om maatschappelijk relevant te zijn is enorm. Voor kunstenaars is het dagelijkse realiteit dat ze, om in aanmerking te komen voor een beurs of overheidsfinanciering, moeten laten zien dat hun werk maatschappelijk gezien een positief effect heeft en dat het op een of andere manier de gemeenschapszin bevordert.