360 Magazine | Amsterdam

Een selectie uit door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland komen.

TENTOONSTELLING – Het onderdrukkings­archief van Carlos Motta

Kunstenaar laat LHBQT-vluchtelingen aan het woord

In de westerse wereld is het taboe van de transseksueel wel zo’n beetje voorgoed doorbroken sinds de stiefvader van Kim Kardeshian zich in 2015 liet ombouwen tot vrouw. Maar wereldwijd zijn er nog altijd veel mensen die vanwege hun seksuele geaardheid of genderidentiteit hun land moeten ontvluchten. Het Stedelijk Museum te Amsterdam vroeg videokunstenaar Carlos Motta een tentoonstelling over het onderwerp te maken.

Motta werd in 1987 geboren in Bogota, Colombia en verhuisde in 1996 naar de VS. Voor een van zijn eerste projecten, waar hij tussen 2005 en 2008 aan werkte, onderzocht hij wat ‘de beleving van democratie’ precies inhield, waarbij hij volgens de The Vilcek Foundation, die hem dit jaar een prijs uitreikte voor Creative Promise, ontdekte dat de drijfveer achter democratie vaak liefde is – ‘voor een persoon, voor een religieuze of culturele gedachte, voor tradities en gewoonten, misschien zelfs voor jezelf’. Sinds deze eyeopener, zoals hij het beschouwde, wordt zijn werk bepaald door twee onderwerpen: liefde, en hoe het individu zich verhoudt tot de maatschappij, helemaal als dit individu zogenaamd ‘anders’ is (zelf had Motta zijn coming out als homoseksueel toen hij zestien was in wat hij aan Kunstkritik beschrijft als een ‘extreem repressieve, paternalistische en conservatieve samenleving’, waarin kunst hem ‘vrijheid en fantasie’ verschafte).

Een van zijn meest geprezen werken, Desires, gaat over twee vrouwen die elkaar vanaf verschillende continenten schrijven. Ze houden beiden van een vrouw maar zijn beiden slachtoffer van maatschappelijke onderdrukking. Naar aanleiding van dit werk noemt The New York Times Motta ‘een van de meest scherpzinnige en vindingrijke’ kunstenaars, ‘die op baanbrekende manier ingaat op de nog nauwelijks onderzochte geschiedenis van de uitwerking van seksualiteit’. Motta bestudeert ‘de maatschappelijke positie en de politieke worstelingen van seksuele en andere minderheidsgroepen om de heersende discoursen en normen aan de kaak te stellen ’, zoals Artealdía het zegt. Het online kunstmagazine noemt hem een ‘archivaris van onderdrukkingsverhalen en vergeten geschiedenissen‘, en bovendien een ‘waar onderzoeker’, die bijvoorbeeld de straat op gaat om zijn onderwerp aan de hand van interviews te onderzoeken.

Voor The Crossing voerde Motta een jaar lang gesprekken met elf LHBQT-vluchtelingen, waarna hij ze in een studio op film interviewt. Hoewel Maya Mikdashi, met wie hij eerdergenoemde Desires samen maakte, aan The Portland Mercury verklaarde dat Motta en zij tijdens het werken aan de korte film inzagen dat ‘de levens van homoseksuelen te vaak werden neergezet als ongelukkig, angstig, vol teleurstelling’ terwijl zij juist wilden laten zien dat deze ‘vreugdevol en treurig, vervuld met liefde en eenzaamheid, (…) onderdrukking en mogelijkheden, extase en pijn’, kortom ‘gewoon’ waren, komt in deze gesprekken toch vooral de moeilijke kant naar voren. Zo vertellen de geïnterviewden dat ze ook nog tijdens de asielzoekersprocedure door andere vluchtelingen werden vernederd en geïntimideerd, en wordt pijnlijk duidelijk dat ze van de Nederlandse autoriteiten meestal niet de bescherming kregen die ze verlangden.

Conservator Martijn van Nieuwenhuyzen noemt Motta’s werk ‘zowel poëtisch als onmiskenbaar activistisch’ omdat hij steeds weer aan de hand van persoonlijke verhalen een politiek statement maakt. Volgens El País draagt Motta’s gebruikelijke directe perspectief nog eens bij aan een beter begrip van de onderdrukte.

The Crossing is vanaf 16 september te zien in het Stedelijk Museum te Amsterdam