Places Journal   | San Francisco  

In Silicon Valley wordt gedroomd van splinternieuwe steden waar alles wordt geregeld door technologie. Dom en gevaarlijk, meent Shannon Mattern.

‘Waarin moet een stad naar perfectie streven?’ Zelfs in een tijd dat Silicon Valley op zijn hoogtepunt is, blijft het moeilijk om die vraag serieus te nemen. (Grappenmakers op Twitter hadden wel een paar ideeën, zoals ‘vistaco’s’.) Maar kijk voorbij het sarcasme en je ziet een ideologie in opkomst.

De vraag werd afgelopen zomer gesteld door Y Combinator – de reusachtige tech-investeerder die zeker duizend start-ups heeft gefinancierd, van airbnb en dropbox tot robotkassen en een bezorgdienst van wijn per glas. Het gebeurde bij de presentatie van een nieuwe onderzoeksagenda onder de naam New Cities, oftewel: splinternieuwe steden bouwen. Het oordeel van het blad Wired: ‘Niet helemaal gestoord.’

Wat niet wil zeggen dat het een verstandig idee is. Tegenover elke zinnige vraag die Y Combinator stelde – Hoe kunnen steden ertoe bijdragen dat meer inwoners gelukkig zijn en het beste uit zichzelf halen? – stond een onzinnige: Hoe moeten we de effectiviteit van een stad meten; Wat zijn de KPI’s van een stad? (Voor wie niet zo thuis is in het managementjargon: KPI’s, ofwel Key Performance Indicators, zijn indicatoren waaraan de prestaties van een organisatie worden afgemeten.) Er was nauwelijks aandacht voor de stedenbouwkundig ontwerpers, stadsplanners en wetenschappers die al eeuwenlang de grote vragen stellen: hoe functioneren steden en hoe kunnen ze beter functioneren?

Natuurlijk, het kan best zijn dat geen stad iets zal merken van dit onderzoek. Toch verdient de retoriek de aandacht, al was het maar omdat alle retoriek in dit nieuwe politieke tijdperk nader bekeken moet worden. Luister naar de eerste die is ingehuurd door New Cities: Ben Huh, oprichter van het tech-imperium Cheezburger, van de grappige kattenfilmpjes. ‘Er is alle ruimte om nieuwe steden te bouwen’, juichte hij in een post waarin hij toelichtte waarom hij zich aan het Y Combinator-project had verbonden. ‘Technologie kan vruchtbare startomstandigheden creëren in allerlei staten en gebieden.’ Het doel dat hij zich voor de komende zes maanden heeft gesteld: ‘Een open en herhaalbaar systeem voor snelle cityforming opzetten, dat het beste uit het menselijk potentieel haalt.’

Welja.

Sidewalk Labs

Ondertussen is Googledochter Alphabet bezig met plannen om haar eigen perfecte steden te bouwen. De urban tech-divisie van het bedrijf, Sidewalk Labs, heeft al openbare wifi-kiosks op de straten van New York geïnstalleerd: infrastructurele knooppunten (links) die ooit data zullen uitwisselen met zelfrijdende voertuigen, openbaar vervoer en andere stedelijke systemen. Het bedrijf werkt ook, samen met het Amerikaanse ministerie van Verkeer, aan experimenten als de ‘Smart City Challenge’, dat een subsidie van vijftig miljoen dollar toekende aan de stad Columbus in Ohio. Afgelopen juni, op dezelfde dag dat Y Combinator zijn New Cities-project lanceerde, publiceerde The Guardian informatie over ‘Flow’, de cloudsoftware van Alphabet achter de mobiliteitsexperimenten in Columbus. Binnen enkele maanden werden in zestien andere steden ook partnerschappen opgericht.

Stadsvervoer is het eerste doelwit om op de schop te nemen, maar daarmee zal het niet eindigen. Dan Doctoroff, partner bij Michael Bloomberg, die Sidewalk Labs oprichtte, vraagt zich af: ‘Hoe zou een stad eruitzien in het internettijdperk, als je vanuit het niets begon – als je een stad opbouwde, “vanaf het internet”?’ In oktober zette het bedrijf een nieuwe stap in die richting met de lancering van vier nieuwe ‘labs’ die zich bezig gaan houden met de betaalbare huisvesting, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, gemeentelijke procedures en wijkparticipatie. Het bedrijf wil pilotprojecten opzetten in een paar stedelijke gebieden en die dan uitbreiden. Bij de aankondiging hiervan verwees Doctoroff naar vroegere ‘revoluties’ op het gebied van stedelijke technologie.

‘Als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat de belangrijkste perioden van economische groei en productiviteit altijd zijn begonnen met innovaties in de fysieke omgeving, met name in steden. De stoommachine, het elektriciteitsnet en de automobiliteit hebben allemaal gezorgd voor wezenlijke verandering in het stadsleven, maar sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog hebben we niet veel echte verandering gezien in onze steden. Vergelijk je foto’s van steden in 1870 met foto’s van steden in 1940, dan is er een verschil van dag en nacht. Maak je dezelfde vergelijking tussen 1940 en nu, dan is er nauwelijks iets is veranderd. Daarom is het geen wonder dat ondanks de opkomst van computers en internet de groei traag is en de verhoging van de productiviteit zo langzaam gaat… Misschien is het dus onze missie om het proces van stedelijke innovatie te versnellen.’

We weten niet hoe het deze stedelijke experimenten zal vergaan. Ze verkeren in een voortdurende staat van ontwikkeling, waarbij telkens weer een ‘nieuwe versie’ wordt uitgebracht in de richting van het optimale model dat ergens in het verschiet ligt, en dat maakt het lastig om ze te bespreken of beoordelen. Maar als je de marketinghype mag geloven staan we aan de vooravond van een stedelijke toekomst met een ongekende efficiency, samenhang en sociale harmonie, dankzij ingebouwde sensoren, alomtegenwoordige camera’s en signalen, genetwerkte smartphones en de besturingssystemen die dit allemaal aan elkaar knopen.