The Economist | Londen

Al sinds de oertijd maakt de mens schoeisel en kleding van dierenhuiden. Maar over een paar jaar wellicht niet meer. Het Amerikaanse bedrijf Modern Meadow zegt leer te kunnen kweken zonder daarvoor dieren te hoeven doden.

Leerbereiding is een oud ambacht. Het oudste leerproduct dat tot nu toe is gevonden, is een 5500 jaar oude schoen in een grot in Armenië, maar schilderingen in Egyptische graftombes laten zien dat 7000 jaar geleden al allerlei dingen van leer werden gemaakt, van sandalen tot emmers en militaire uitrusting. Redelijkerwijs kunnen we aannemen dat het gebruik van dierenhuiden voor onderdak en kleding honderdduizenden jaren teruggaat.

De leerbereiding is ook een smerige aangelegenheid. In het achttiende-eeuwse Londen werden rottende huiden gedrenkt in urine en kalk om resten vlees en haar los te weken. Daarna werden de huiden met uitwerpselen van honden bewerkt om ze zachter en duurzamer te maken. Dat alles veroorzaakte zo’n stank dat de bedrijven de stad uit moesten en gedwongen werden om zich aan de andere kant van de rivier in Bermondsey te vestigen. In landen zoals India en Japan vervuilde de leerproductie zowel mensen als leefgebieden en was ze (en is ze vaak nog steeds) voorbehouden aan sociale outcasts als de dalits en de burakumin [de laagste kasten in respectievelijk India en Japan].

De moderne productiemethoden produceren minder stank dan die van de achttiende eeuw. Hondenpoep, kalk en urine zijn vervangen door chroom en andere chemicaliën. Maar sommige van die substituten zijn behoorlijk bijtende goedjes. De hele leerindustrie is gebaseerd op het gebruik van dierenhuiden en ligt nu onder vuur omdat de relatie tussen mens en dier de laatste jaren gevoelig ligt. Daartegenover staat een commercieel argument: leer, dat wordt gewaardeerd vanwege zijn duurzaamheid en soepelheid, is een bedrijfstak waarin jaarlijks 100 miljard dollar omgaat.

Het ‘kweken’ van leer bij Modern Meadow.