ABC | Madrid

Aung San Suu Kyi’s reputatie als integere voorvechtster van de universele rechten van de mens is door de Rohingya-vervolging onherstelbaar beschadigd. Maar zo hard vallen, terecht of onterecht, kan alleen als je van grote hoogte komt.

Nog niet zo lang geleden werd staatsadviseur van Myanmar Aung San Suu Kyi door de internationale pers uitgeroepen tot ‘de dapperste en deugdzaamste mens op aarde… de onbevlekte heldin die ons allemaal nog wat vertrouwen geeft 
in de menselijke natuur’. Ze was vijftien jaar lang politiek gevangene, en in die tijd werd ze alom geprezen voor haar morele en fysieke moed, haar rotsvaste geloof in de beginselen van de universele rechten van de mens en haar voortdurende pleidooi voor vreedzame politieke veranderingen.

Het deed Aung San Suu Kyi goed dat 
ze door zo veel gerenommeerde instituties werd erkend en ze voelde zich zeer gevleid door de buitensporige lof die haar door vooraanstaande mensen overal ter wereld, door bekende kunstenaars en vele andere fans werd toegezwaaid. Ze bleef echter bescheiden onder al die aandacht. ‘Wij mensen kennen zo veel onvolmaaktheden,’ heeft ze weleens gezegd. Op talloze gelegenheden hield ze haar publiek voor dat ze ‘een politica was, geen democratisch icoon’. Ze drukte haar bewonderaars op het hart: ‘Vergeet alstublieft niet dat ik ben begonnen als leider van een politieke partij. Ik kan me niets politiekers voorstellen.’

En ze waarschuwde hen ook: ‘Ik ben absoluut geen heilige: dat zou ik ook heel verontrustend vinden, want politici zijn politici, maar ik geloof echt dat er eerlijke politici zijn en daar streef ik naar.’ Als politicus handelde ze op basis van het ‘sluiten van compromissen vanuit principes’. Herhaaldelijk herinnerde ze het publiek aan Myanmars vele ‘onopgeloste problemen’ en toen in 2011 de overgang naar een ‘gedisciplineerde democratie’ was ingezet, waarschuwde ze voor een al te groot optimisme.

De wereld – de westerse democratieën in het bijzonder – nam dat niet van haar aan. Overheden, internationale organisaties en allerlei actiegroepen plaatsten haar op een voetstuk, als levend symbool van de vreedzame strijd voor de democratie en de mensenrechten in Myanmar, tegen ‘een van de meest repressieve en gesloten regimes ter wereld’. Haar moed werd ‘legendarisch’ genoemd. Voor velen was ze bijna een etherisch wezen, ver weg, zuiver en buiten bereik. In haar eigen land beschouwden boeddhisten haar als een bijna-bodhisattva, wier verlichte werken en lijden het grootst mogelijke ontzag verdienden.

‘Heldin van deze tijd’

Aziatische leiders waren wat voorzichtig in hun steun, maar Aung San Suu Kyi kon de Amerikaanse president George W. Bush en de Britse premier Gordon Brown tot haar grootste fans rekenen. Die laatste omschreef haar als ‘een ware heldin van deze tijd’, die symbool stond voor het begrip moed. Beroemdheden zoals zanger Bono steunden haar vurig. Filmsterren uit Hollywood voerden openlijk campagne voor opheffing van haar huisarrest. Toen ze eenmaal bezoek mocht ontvangen, verdrongen politici en anderen zich voor haar deur, omdat ze graag met haar op de foto wilden, en wilden kunnen zeggen dat ze haar hadden ontmoet.

Aung San Suu Kyi werd dus niet alleen bewonderd, ze werd verheerlijkt. Waar ze ook kwam, zowel in Myanmar als daarbuiten, werd ze onthaald als een popster. Dankzij die persoonlijkheidscultus werd ze overal ter wereld een begrip en kreeg ze enorm veel steun voor haar zaak, maar er was ook een keerzijde.

In journalistieke en zelfs in academische kringen werd ze zelden kritisch gevolgd, zoals andere beroemdheden of leden van de militaire regering waartegen ze oppositie voerde. Toen objectievere analytici het waagden om voorbeelden aan te halen van haar inschattingsfouten en tactische missers, of suggereerden dat ze net als ieder ander ook haar zwakke kanten had, werden ze het slachtoffer van een ware scheldkanonnade.

Een uitgesproken criticaster die geringschattend schreef over The Lady, zoals ze alom genoemd werd, en over de tunnelvisie van haar extremere fans, werd met de dood bedreigd. Daardoor deden vele journalisten die zich bewust waren van haar onvolkomenheden of die het met enkele van haar beslissingen niet eens waren, er het zwijgen toe. Zelfs beroepsanalytici legden zichzelf censuur op. Dat deden ze echter niet alleen uit angst om te worden aangevallen door Aung San Suu Kyi’s fervente fans, die handig gebruikmaakten van internet en sociale media om hun boodschap te verspreiden. Serieuze waarnemers van Myanmar beseften dat openlijke kritiek op Aung San Suu Kyi door het militaire regime tegen haar gebruikt zou kunnen worden. 
Met dat gevaar in hun achterhoofd neigden kritischere en objectievere buitenlandse waarnemers ertoe niet openlijk te schrijven over haar tekortkomingen voor het alternatieve leiderschap van Myanmar. Dus het effect 
van de wereldwijd voor haar gevoerde campagne was de versterking van het beeld dat ze geen onvolkomenheden en geen gelijke kende, dat ze boven het smerige politieke gekrakeel stond.

Gedurende deze hele periode bleef Aung San Suu Kyi niet passief aan de kant staan. Binnen de grenzen van de mogelijkheden buitte ze op sluwe wijze zowel haar reputatie als pleitbezorger voor de mensenrechten als haar aanzienlijke charisma uit om steun te verwerven voor een democratische verandering in Myanmar. Ze maakte ten volle gebruik van de invloed die ze op regeringen en machtige individuen had om haar doel te bereiken. Deze kwaliteiten gebruikte ze om haar politieke ambities te ondersteunen, die vanaf het begin gericht waren op het leiderschap van het land, ook al ontkende ze dat soms. Ze geloofde er sterk in dat het haar lot was om in de voetstappen van haar vader te treden, Myanmars onafhankelijkheidsheld Aung San, die in 1947 werd vermoord.

Internationale organisaties en actiegroepen achtten het ook nuttig om haar te steunen in haar strijd tegen Myanmars militaire leiders. In propagandatermen: een mooie en charmante vrouw met een goede opleiding en hoge idealen vormde een prachtig contrast met het agressieve, door mannen gedomineerde militaire establishment, dat gewoontegetrouw door de tegenstanders karikaturaal werd afgeschilderd als een bende corrupte, laag opgeleide dieven, geobsedeerd door macht. Aung San Suu Kyi’s perfect gecommuniceerde boeddhistische vroomheid contrasteerde mooi met hun zogenaamde primitieve bijgeloof.