Smithsonian Magazine  | Washington D.C.  

Artsen schrijven al tientallen jaren placebo’s voor, en al die tijd zijn er patiënten van opgeknapt. Voor het writer’s block van de auteur van dit artikel werd speciaal een schrijfcapsule ontwikkeld. 
‘Ik hoef niet eens in jullie te geloven,’ zei hij na enkele weken tegen zijn neppillen, ‘want jullie werken toch wel.’

‘Dit zijn ze dan,’ zegt John Kelley, terwijl hij een papieren zak van tafel pakt en er een grote, geelbruine pot met pillen uit haalt. Hij lijkt even te aarzelen. ‘Ik weet niet goed hoe ik dit moet aanpakken.’

‘Geef ze me maar gewoon,’ zeg ik.

‘Nee, het is belangrijk hoe we het precies doen.’

Ik ken Kelley al tientallen jaren, sinds onze studietijd. Inmiddels is hij hoogleraar Psychologie aan Endicott College en waarnemend hoofd van PiPS, het Program in Placebo Studies and Therapeutic Encounter aan Harvard. Het is het eerste programma ter wereld dat een interdisciplinair onderzoek uitvoert naar het placebo-effect.

De term ‘placebo’ verwijst naar een neppil die wordt gepresenteerd als een echt geneesmiddel, of in 
bredere zin, naar een zogenaamde behandeling die wordt gepresenteerd als een geneeskundige behandeling. Een placebo is per definitie nep, een leugen. Maar artsen schrijven al tientallen jaren placebo’s voor, en al die tijd zijn er patiënten van opgeknapt, door de kracht van geloof of suggestie – niemand die het precies weet.

Vandaag de dag wordt het gebruik van placebo’s als onethisch beschouwd, en in sommige gevallen zelfs als illegaal, maar zelfs nu blijkt uit een onderzoek onder 679 internisten en reumatologen dat ongeveer de helft van hen soms medicatie als vitaminepillen en vrij verkrijgbare pijnstillers voorschrijft – voornamelijk vanwege de placebowerking.

Vorm van psychotherapie

Volgens Kelley – een gefrustreerd humanist in het steeds biomedischer veld van de psychologie – 
versterkt het placebo-effect onze beperkte visie op pillen. ‘Tijdens mijn studie psychotherapie,’ vertelt hij me, ‘stuitte ik een keer op een onderzoek waarin werd beweerd dat antidepressiva net zo effectief zijn als psychotherapie. Ik trok het me niet zo erg aan, omdat ik een groot voorstander ben van psychotherapie en er duidelijk de waarde van inzie. Maar later stuitte ik op een onderzoek dat aantoonde dat antidepressiva niet beter werken dan een placebo, en dat zat me wel degelijk dwars. Wilde dat zeggen dat psychotherapie niet meer was dan een placebo? Het heeft een hele tijd geduurd voor ik tot de tegenovergestelde conclusie kwam, dat een placebo een vórm van psychotherapie is. Het is een psychologisch mechanisme dat kan worden gebruikt om mensen 
te helpen zichzelf te genezen. Zodra ik me dat realiseerde, wist ik ook dat ik er meer over wilde weten.’

Er doet zich nog een merkwaardig fenomeen voor: 
de PiPS-onderzoekers hebben ontdekt dat een placebo óók effect lijkt te sorteren wanneer de arts de patiënt niet voor het lapje houdt. Dan hebben we het over ‘open-labelplacebo’s’ – placebo’s die expliciet worden voorgeschreven als placebo.

En hier kom ik om de hoek kijken. Tegen de tijd dat ik Kelleys werkkamer binnenstap, werk ik al ongeveer een maand met hem samen aan een officieus open-labelplacebo-experiment met één proefpersoon, met als doel mij te verlossen van mijn chronische writer’s block en van de paniekaanvallen en slapeloze nachten die daar steevast mee gepaard gaan.

‘Ik denk dat we daar wel een pil voor kunnen ontwikkelen,’ heeft hij een tijd geleden gezegd. ‘We gaan een schrijfpil maken die maximaal effect sorteert – met de ideale kleur, vorm, afmeting, dosering en tijd voordat je wilt gaan schrijven. Welk kleur 
associeer je met goed schrijven?’

Ik sluit mijn ogen. ‘Goud.’

‘Ik weet niet of de farmaceutische industrie aan metallic kleuren doet. Misschien wordt het geel.’

In de weken die volgen gaan we dieper in op de details van mijn behandeling. Kelley stelt capsules voor in plaats van pillen, want dat oogt wetenschappelijker en heeft daarom een krachtiger werking. 
Hij wil het effect niet al te lang laten aanhouden: hij denkt dat een tijdslimiet van twee uur me zal genezen van mijn neiging het schrijven steeds maar voor me uit te schuiven. We stellen een bijsluiter op waarin niet alleen wordt vastgelegd hoe ik de capsules moet innemen, maar waarin ook tot in detail staat beschreven wat het effect zal zijn. Tot slot bestellen we de capsules, die maar liefst 405 dollar kosten, al zit er niets anders in dan cellulose. Open-labelplacebo’s worden niet vergoed door de verzekering. Kelley stelt me gerust: ‘Doordat ze zo duur zijn, krijg jij het idee dat ze heel goed werken. Daardoor zijn ze effectief.’