Aeon   | Londen  

‘Sologamie’ is de nieuwste trend op het gebied van relaties. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf.

Afgelopen zomer ben ik voor de tweede keer getrouwd. Was mijn eerste bruiloft elf jaar geleden een formele aangelegenheid 
in een gemeentehuis, deze was geheel informeel. De ceremonie speelde zich af op het karaokepodium in het Berlijnse Mauerpark, het bouwvallige amfitheater midden in het vroegere niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn. Er waren zo’n vijfhonderd gasten, van wie ik de meesten nooit had ontmoet en nooit meer zou zien. Ik droeg een zwarte jurk en hield mijn zonnebril op. Er waren green bruidsmeisjes, geen ambtenaar van de burgerlijke stand, laat staan een priester 
of rabbi, en aan het eind werd er geen akte getekend. Sterker nog, er was geen bruidegom: ik trouwde namelijk met mezelf – terwijl mijn man en twee kinderen op de eerste rij toekeken.

Ik bekrachtigde de plechtigheid met karaoke, een muzikaal optreden bij wijze van trouwbelofte voor het oog van de verzamelde getuigen (die daar geen idee van hadden). Met deze 
ongebruikelijke ceremonie, die alles 
bij elkaar vierenhalve minuut duurde, zette ik de kroon op een tienweekse onlinecursus ‘met jezelf trouwen’ 
die ik in het voorjaar had gevolgd. Waarom? Voor driekwart omwille van de ‘sociologische verbeeldingskracht’, zoals C. Wright Mills het in 1959 noemde – het vermogen om de band 
te zien tussen onze alledaagse ervaringen en de bredere samenleving – en voor één kwart vanuit een grenzeloze nieuwsgierigheid naar het ingewikkelde mechanisme dat de moderne liefde is.

Soul gazing

‘Sologamie’ is de nieuwste trend op 
het gebied van relaties, niet alleen in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in Japan. Er is een hele solohuwelijksindustrie in opkomst, die ons het geluk belooft door het vieren van de band met de enige persoon ter wereld die echt de investering van een relatie waard is: ons eigen kostbare zelf. 
Coaches over de hele wereld bieden cursussen ‘met jezelf trouwen’ aan, inclusief begeleiding bij de voorbereidende stappen (zoals liefdesgedichten schrijven en trouwbeloften opstellen) en bij het scenario voor de ceremonie zelf.

Een huwelijk met jezelf heeft geen juridische status (je kunt het niet op het gemeentehuis doen, althans: nóg niet), maar het staat open voor iedereen, ongeacht leeftijd of geslacht. Ik was – en ben – niet ongetrouwd, 
maar dat wil niet zeggen dat ik geen huwelijk met mezelf kon aangaan; mijn coach meldde opgewekt dat het iedereen, van welke achtergrond ook, vrijstond om te leren hoe je jezelf kunt ‘liefhebben en koesteren’.

In de kern is een solohuwelijk een klassiek overgangsritueel dat uit drie fases bestaat: afscheiding, liminaliteit en reïntegratie. De eerste fase – symbolisch sterven – dient om alle banden 
te verbreken die geen nut meer voor je hebben. In de tweede fase gaat het om het ‘ontdekken’ van je nieuwe liefde voor jezelf, via technieken als aan jezelf gerichte liefdesbrieven en gedichten. En dan is er de derde fase, met alles erop en eraan: de trouwceremonie, bedoeld als bezegeling van de band tussen Jij en Jij, middels de door jezelf uitgekozen trouwbelofte.

Naarmate ik deze fases doorliep, leerde ik minder van mijn koele, feitelijke observatie als medecursist – dat wil zeggen: het eindeloos browsen langs blogs en besloten Facebookgroepen – dan van mijn eigen gevoelens als ik de oefeningen in sololiefde deed die me uit Californië geregeld per e-mail 
werden toegestuurd. Het werd serieus in week twee, toen ik mezelf opsloot voor de badkamerspiegel, voor een ritueel dat soul gazing [zielstaren] werd genoemd. Volgens de instructies gaat dat zo:

‘Kijk jezelf in de ogen alsof je in de ogen kijkt van iemand op wie je stapelverliefd bent. Zie de diepte, het mysterie, de schoonheid, de tedere kwetsbaarheid. Vraag aan die ogen in de spiegel: Wie ben ik? Wat vind ik lief aan mezelf? Wat zijn mijn dromen en angsten? Waar verlang ik naar? Wat zou ik nu heel graag willen horen?’

Ik keek mezelf aan en moest erg mijn best doen om me op mijn gezicht te concentreren en niet op de gevaarlijk overhellende toren rollen toiletpapier en de stapel vuile kinderkleren achter mijn rug. Al snel werd ik overvallen door een aanval van duizeligheid en zelfs een soort paniek, zoals ik die soms ook krijg aan boord van een vliegtuig of in een lift. Ik wil hier niet in mijn eentje zijn – ik wil eruit, vlug! Nee, ik had helemaal geen zin om nog een seconde langer in mijn eigen ogen te kijken; ik wilde alleen maar mijn gezicht tegen iemands borst drukken – tegen die van mijn man, mijn moeder, mijn vriendin Eli – en hun armen om mijn rug voelen in een stevige omhelzing.