360 Magazine | Amsterdam

Journalist, professor en schrijfster Margo Jefferson (1947) vertelt in haar onlangs vertaalde autobiografie Negroland hoe het was om op te groeien in de elite van de zwarte gemeenschap in Chicago. Een fragment.

Ik heb geleerd me niet op de voorgrond te dringen. Ik heb geleerd me te onderscheiden door declameren, niet proclameren, uit te blinken door prestaties en manieren, niet door me op de voorgrond te dringen. Maar is elke autobiografie niet een manier om je op de voorgrond te dringen?
 In het Negroland van mijn jeugd was dat een gevaarlijke bezigheid. Negroland is mijn naam voor het deel van zwart Amerika waar de inwoners zich tot op zekere hoogte beschermd wisten door voorrechten en welvaart. De kinderen in Negroland werden gewaarschuwd dat weinig negers deze voorrechten en welvaart ten deel viel en dat de meeste blanken hen het liefst weer behoeftig, eerbiedig en onderdanig zagen. De kinderen werd geleerd dat andere negers een voorbeeld aan ons moesten nemen, maar dat velen van hen (uit afgunst of onwetendheid) de vooroordelen juist bevestigden.

Te veel negers, zo werd gezegd, vielen op door de verkeerde dingen: hun luide stemmen, hun vrijpostige en opvallende manier van doen, hun talent voor populaire muziek en dans, voor sport meer dan voor de letteren en de wetenschap. De meeste blanken, zo werd ons verteld, waren gespitst op deze, in hun ogen, fundamentele raskenmerken. Maar de meeste blanken waren ook gespitst op al te zichtbare successen op hún terrein, op ons aandeel in hún voorrechten 
en welvaart, in wat zij als hún raskenmerken zagen. Je moest je in hun gezelschap altijd waardig gedragen, en opzichtigheid werd niet op prijs gesteld. Op 
de voorgrond treden was toegestaan, werd zelfs aangemoedigd, maar alleen als dat je hele familie ten goede kwam, en hun vrienden, en alle gemeenschappelijke voorouders.

Het begon me te dagen dat zo’n uitspraak – iedereen laten delen in wat je doet als je alleen bent – altijd op afkeuring kon rekenen