Die Presse | Wenen

160.000, 120.000, 98.255 of toch maar 29.144: hoe groot is het aantal vluchtelingen dat in Griekenland en Italië wacht om over Europa te worden verdeeld nu precies? Die Presse doet een poging de chaos van elkaar tegensprekende getallen te ontwarren.

Dinsdag 26 september 2017 was de laatste dag dat vluchtelingen die in Griekenland of Italië aanlandden nog in aanmerking konden komen om naar een andere EU-lidstaat te verhuizen. Na twee jaar loopt het herverdelingsprogramma voor asielzoekers, waarover de regeringsleiders het in de crisiszomer van 2015 op voorstel van de Europese Commissie eens waren geworden, op zijn eind. Terwijl Dimitris Avramopoulos, de Europese commissaris die verantwoordelijk is voor migratievraagstukken, bij de toepassing van dit programma een ‘enorme vooruitgang’ constateerde, toont de weigering van Polen, Tsjechië en Hongarije om asielzoekers uit Italië en Griekenland op te nemen aan dat 
de grens van de vrijwillige verdeling van de vluchtelingenstroom binnen 
de Unie is bereikt.

Maar was dit herverdelingsprogramma voor vluchtelingen echt zo’n flop als door de critici wordt beweerd? Door wat beter te kijken naar de ontwikkeling die het programma heeft doorgemaakt, zien we dat succes en mislukking erg moeilijk objectief meetbaar zijn. De doelstellingen waren van begin af aan opzettelijk hoog gesteld en stonden niet in realistische verhouding tot het daadwerkelijke aantal betrokken asielzoekers. In combinatie met de vaak slecht of helemaal niet gecoördineerde communicatie over de besluiten tussen Raad van ministers en Europese Commissie, ontstond een chaos van getallen die elkaar vaak tegenspraken.

Bovengrens

Laten we alles eens op een rijtje zetten. Eind juli 2015, toen de vluchtelingenstroom uit met name Irak en Syrië steeds groter werd, namen de regeringsleiders een principebesluit: 40.000 vluchtelingen die overduidelijk internationale bescherming nodig hadden (lees: die na controle van hun aanvraag aanspraak op asiel konden maken) moesten binnen twee jaar vanuit Griekenland en Italië worden verdeeld over de rest van de EU, met uitzondering van Groot-Brittannië maar inclusief de niet-EU-landen 
Noorwegen, Zweden en Liechtenstein.

Het duurde bijna drie maanden voor de ministers van Binnenlandse Zaken de politieke opdracht hadden omgezet in EU-wetgeving, waarmee het verplicht werd. Toen was al duidelijk dat het streefgetal van 40.000 immigranten te laag was. Volgens Eurostat hadden zich tussen januari en juli 2015 alleen al in Italië 39.183 mensen gemeld voor een asielaanvraag, zo’n 27 procent meer dan in hetzelfde tijdvak van het jaar daarvoor. Samen met het aantal grensoverschrijdingen dat Frontex, het Europese agentschap voor de bewaking van de buitengrenzen, had verstrekt, waren deze cijfers de basis voor de herverdelingsbesluiten. En dus verhoogden de ministers van Binnenlandse Zaken het streefgetal: nog eens 120.000 asielzoekers met kans op erkenning van hun asielaanvraag moesten uit Italië en Griekenland worden herplaatst.

Via de Balkanroute waren ook in de Balkanlanden tienduizenden vluchtelingen terechtgekomen. De Commissie stelde voor dat binnen twee jaar 54.000 asielzoekers uit Hongarije zouden worden herverdeeld. Maar de regering in Boedapest wilde daar niet aan meewerken.

In deze twee besluiten ligt de bron van de verwarring waarmee het herverdelingsprogramma worstelt. Want het getal 160.000 (40.000 plus 120.000) was een puur rekenkundige bovengrens. Hoeveel asielzoekers er daadwerkelijk onder dit programma zouden vallen zou in de eerste plaats afhangen van het aantal dat de lidstaten vrijwillig opnamen, en in de tweede plaats van het werkelijke aantal vluchtelingen dat in aanmerking kwam. Niet iedereen die op de Middellandse Zee uit een opblaasboot wordt gered, kan aanspraak maken op asiel in de EU. Op voorstel van de Commissie besloten de ministers dat alleen die nationaliteiten in aanmerking kwamen die, na hun asielaanvraag, een succespercentage van minstens 75 procent hadden. Sindsdien werd de lijst van landen wier gevluchte burgers uit Italië en Griekenland konden worden herverdeeld, geactualiseerd op basis van Eurostatgegevens over toegekende asielaanvragen. En dus hadden in het begin alleen Syriërs en Eritreeërs, later ook Irakezen, tegenwoordig Irakezen niet meer maar wel Jemenieten, evenals burgers van de Bahama’s, Bhutan, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten recht om na aankomst in Italië of Griekenland naar een ander EU-land te worden overgeplaatst om daar hun asielprocedure af te sluiten.