The New York Times | New York

Toen Ivan Krastev onlangs door Duitsland reisde, trof hij een welvarend, tolerant en democratisch land aan. Maar onder de oppervlakte proefde hij bezorgdheid over de toekomst.

De Duitsers hebben lang vakantie van de geschiedenis gehad, maar het ziet ernaar uit dat die nu voorbij is. Dat was mijn indruk toen ik onlangs voor de parlementsverkiezingen door Duitsland reisde. Het trof me hoe abnormaal normaal het land leek: welvarend, democratisch en tolerant. Terwijl andere Europese maatschappijen verscheurd worden door onrust en woede is in Duitsland de grote meerderheid van de inwoners tevreden met hun economische situatie. De regering heeft meer euro’s te besteden dan ooit, werkloosheid komt bijna niet voor en de toon van de verkiezingscampagne verschilde van de laatste Amerikaanse verkiezingen zoals een familiedrama verschilt van een horrorfilm.

Maar onder deze abnormale normaliteit ligt iets verontrustends. Hoewel de meeste Duitsers zouden beamen dat hun land een periode van welvaart doormaakt, durven maar zeer weinigen te beweren dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, of zelfs maar even goed. In plaats daarvan voel je dat er vlak onder het oppervlak bezorgdheid heerst.

De 9/11 van Europa

De Duitse verkiezingen illustreerden dat de vluchtelingencrisis, van alle 
crises die de Europese Unie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt 
(de eurocrisis, de Brexit, de oorlog in Oekraïne), de grootste invloed zal hebben op de toekomst van de EU. Dit keer is het niet de economie, stupid. De instroom van vluchtelingen en de culturele en demografische paniek die dat heeft opgewekt, verklaart boven alles de onrust in de gevestigde Europese politiek. Die crisis is, in zekere zin, de 9/11 van Europa geworden, omdat ze de manier waarop burgers naar de wereld kijken fundamenteel heeft veranderd.

De Duitse verkiezingen lieten eveneens zien dat de Oost-West-scheidslijn niet simpelweg tussen Duitsland en zijn postcommunistische buren loopt, maar soms ook in het Westen zelf. In de oostelijke deelstaten van Duitsland, die vroeger de DDR vormden en waar zich minder vluchtelingen hebben gevestigd dan in andere delen van het land, behaalde het ultrarechtse Alternative für Deutschland zijn beste resultaten. En hoewel de Oost-West-scheidslijn oppervlakkig gezien misschien over migratie gaat, heeft de vluchtelingencrisis in werkelijkheid de toenemende verontwaardiging van de voormalige Oost-Duitsers over de erfenis van de 
val van het communisme zichtbaar gemaakt.

Een lokale politicus in het oosten van Duitsland legde het me aldus uit: ‘De regering wil dat wij de vluchtelingen als gelijkwaardig beschouwen, maar waarom beschouwen ze ons niet eerst als gelijkwaardig?’ Meer dan 25 jaar na de Duitse hereniging voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog steeds tweederangsburgers wier salarissen 
en pensioenen lager zijn dan die in het westelijke deel van het land.