The New York Times  | New York  

Hun paard en wagen hebben ze nog niet afgezworen, maar ook in de amishgemeenschap doen computers en mobiele telefoons langzaam hun intrede. Tot angst van sommigen: ‘We zijn bang dat onze kinderen van ons worden weggedreven.’

Op de boerenmarkt zet een jonge vrouw in een ouderwetse, lange jurk, getooid met een wit kapje, een stap opzij. Ze kijkt op de smartphone in haar hand en begint te scrollen, opgezogen in haar eigen wereld. Niet ver bij haar vandaan bedient een zestiger met een grijze baard, een breedgerande strohoed en bretels een computergestuurde zaagmachine. Hij zaagt planken voor tuinhuisjes die online worden verkocht en afgeleverd door het hele land.

De amish hebben hun paard en wagen nog niet afgezworen. Door hun starre afwijzing van veel nieuwe technologie hebben ze hun negentiende-eeuwse levensstijl goeddeels weten te behouden: geen auto’s, tv’s of aansluitingen op het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld. Maar in sommige gemeenschappen doen computers en mobiele telefoons langzaamaan hun intrede, die hen – nolens volens – de eenentwintigste eeuw in trekken.

Welvaart en gemak

Ook voor de amish heeft technologie de deur opengezet naar meer welvaart en meer gemak. Een aannemer kan een klant bellen vanaf de bouwplaats. Software biedt voor een winkelier uitkomst bij salarisadministratie en voorraadbeheer. Een bakkerij kan creditcards accepteren. Maar de hechte geloofsgemeenschap, die zich zo veel mogelijk afzijdig houdt van de buitenwereld, is bang voor de gevolgen van toegang tot het internet. Ze zijn bang voor porno, voor de mogelijkheid dat sociale netwerken hun zonen en dochters in de armen van jongeren buiten de gemeenschap drijven en voor de ontsluiting van een wereld van schier eindeloze mogelijkheden.

‘Het leven van de amish draait om het erkennen van het belang van afgesproken grenzen,’ zegt auteur Erik Wesner, die de blog Amish America bijhoudt. ‘En de geest van het internet gaat daar lijnrecht tegenin.’

John, de timmerman van het bedrijf Amish Country Gazebos dat de tuinhuisjes maakt, haalt als voorbeeld het verbod op auto’s aan. ‘Een leven zonder auto’s is een manier om de groep bijeen te houden,’ zegt hij. (Zoals de meeste geïnterviewden weigert hij uit typische amishbescheidenheid zijn achternaam te noemen, en om dezelfde reden wil het merendeel ook niet worden gefotografeerd.) 
‘We zijn altijd huiverig voor de dingen die onze jongeren bij de kerk en de gemeenschap kunnen wegdrijven,’ voegt hij eraan toe.

Het internet bedreigt ook een ander bindmiddel: bij de amish stopt het schoolonderwijs na de tweede klas 
van de middelbare school, daarna gaan jongeren in de leer bij een familielid of ander lid van de gemeenschap om een vak of ambacht te leren. ‘Als je alles gewoon op internet kunt opzoeken, gebruik je je hersens niet,’ zegt Levi, een andere timmerman. ‘Hoe meer mensen zich op technologie verlaten, hoe meer ze achter een bureau willen zitten. Maar achter een bureau leer je niet een huis te bouwen. Waar ik me zorgen om maak, is dat onze kinderen hun arbeidsethos kwijtraken.’