360 Magazine | Amsterdam

360 vraagt zich in deze editie samen met de nurkse bestsellerauteur Jonathan Franzen af of de wereld nog te redden valt. Dat mocht overigens alleen als we zijn magistrale essay in full verbatim zouden afdrukken en ons aan zijn titel hielden.

Is it too late to save the world? Daar hoefden we niet lang over na te denken. Wel rijst onmiddellijk de vraag of we – de menselijke soort – überhaupt geloven dat de wereld gered moet worden. Hij draait toch door?

Franzen ziet dat anders. Hij is bezorgd en betrokken. Vindt dat er voor hem als schrijver een ambitieuze taak is weggelegd: de Amerikaanse cultuur doorgronden en als het even kan maatschappelijke veranderingen bewerkstelligen. Ook dit keer legt hij de zweep over zijn eigen stokpaarden: de teloorgang van, in willekeurige volgorde, de Verenigde Staten (onder Donald Trump), de schrijf- en leescultuur, de vogelstand en de mensheid. Waar de fervent vogelaar minder waarde aan hecht dan aan zijn gevederde vrienden en dan vooral hun verscheidenheid, die hij dwangmatig vastlegt in lijstjes. Maar in wezen kijkt de auteur van De Correcties, Vrijheid en Zuiverheid in dit essay door zijn binoculair vooral naar zichzelf als essayist – het literaire genre waarin Franzen excelleert omdat hij een bepaald onderwerp uitdiept, verschillende invalshoeken onderzoekt en al die verhaallijnen verankert in een totaalbeeld van de wereld van nu. Een soort ordening die alleen op papier mogelijk is en volgens hem net zoals de mensheid met uitsterven wordt bedreigd. Kom er maar eens om.

Franzen wil een beter mens worden, daardoor nog betere essays schrijven, die dan misschien, heel misschien, leiden tot een betere wereld

In de spiegel die zijn eigen essay The Other Cost of Climate Change (2015) hem voorhoudt, ontwaart Franzen nu een boos buitenbeentje dat van vogels houdt en het beter denkt te weten. De opwarming van de aarde is nog steeds hét probleem van deze tijd, misschien wel het grootste probleem in onze geschiedenis. Zijn enige hoop is dat we de realiteit nog voor twaalven onder ogen zullen zien om ons erop te kunnen voorbereiden. Franzen wil een beter mens worden, daardoor nog betere essays schrijven, die dan misschien, heel misschien, leiden tot een betere wereld. Tussen de lijnen van zijn betoog doemt ondertussen een mooi silhouet op van Henry Finder, Franzens redacteur bij The New Yorker, een man die spreekt in ‘gearticuleerd gemompel, als een tekst die nauwgezet is geredigeerd en toch nauwelijks valt te lezen’.

Ook een type dat vrij zeldzaam is geworden. Maar alles wat wordt bedreigd vermant zich. Vooralsnog hebben we weinig te klagen over de kwaliteit van de internationale journalistiek. De lessen van Henry Finder zijn op de volgende pagina’s te vinden. Soort bij soort. A leidt tot b. En elk essay, 
ook een opiniestuk, moet een verhaal vertellen.

Katrien Gottlieb
[email protected]

Beeld: Shadowman (Paramour), 1982. – © Hank O’Neal / Courtesy Woodward Gallery, NYC archives