El País | Madrid

De Mexicaanse staat schudt op zijn grondvesten. Reden: een binnenlandse crisis veroorzaakt door regeringspartij PRI, en een buitenlandse crisis veroorzaakt door Donald Trump.

Er lijkt zwaar weer op komst voor de Mexicaanse staat. Binnenslands neemt de crisis rondom het vraagstuk van veiligheid toe, rijzen de corruptieschandalen de pan uit en worden tegelijkertijd de justitiële en politionele instellingen doelbewust ondermijnd, waardoor het wankele staatsapparaat nog meer op lemen voeten komt te staan. En buitenslands is er Donald Trump, die zijn vijandige houding tegenover Mexico nog verder heeft aangescherpt met zijn dreigement de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) op te zeggen en Mexico almaar de schuld blijft geven van de talloze drugsdoden die de VS teisteren.

Het samenvallen van een binnenlandse politieke crisis met een buitenlandse dreiging is een verschijnsel dat zich sinds de tijd van Lázaro Cárdenas del Río (Mexicaans president van 1934 tot 1940) en de daaropvolgende periode van de Tweede Wereldoorlog niet meer heeft voorgedaan. Toentertijd werd de binnenlandse politieke en economische crisis te lijf gegaan door een nog krachtig autoritair regime, dat gesteund werd door de Amerikaanse regering, die beducht was voor de internationale consequenties van een ineenstortende Mexicaanse staat. Maar nu wordt de regering van de PRI (Partido Revolucionario Institucional – Institutioneel Revolutionaire Partij) geconfronteerd met een Noord-Amerikaanse president die zich alleen bekommert om zijn eigen imago en niet in staat is de gevolgen van zijn daden te voorzien.

Legitimiteit

De buitenlandse dreiging zou het hoofd geboden kunnen worden als de huidige regering niet voortdurend bezig was de interne politieke polarisatie aan te wakkeren, in een poging een onderzoek naar haar corruptiepraktijken af te wenden. Het recente besluit van de president om de speciale aanklager inzake verkiezingsdelicten, Santiago Nieto, te ontslaan, alsmede zijn weigering om een openbare aanklager belast met corruptiezaken aan te stellen en een nieuwe procureur-generaal der Republiek te benoemen, zijn stuk voor stuk maatregelen die de doodsteek geven aan een rechtsstelsel dat in wezen toch al eerder fictief dan reëel is. Laten we niet vergeten dat 98 procent van de misdaden in Mexico onbestraft blijft en dat misdaden tegen de menselijkheid, zoals ontvoeringen, en niet te vergeten corruptie, gewoon nooit bestraft worden. Een regering die weigert een effectief rechtsstelsel op te zetten verliest haar legitimiteit, niet alleen ten opzichte van haar eigen onderdanen, maar ook tegenover de rest van de wereld, juist op een moment dat hulp van buitenaf onmisbaar is om de dreiging van een onvoorspelbare Noord-Amerikaanse regering het hoofd te bieden.

De regering van Enrique Peña Nieto heeft zich ten doel gesteld het project dat president Carlos Salinas vijfentwintig jaar geleden inzette – een neoliberaal model van economische integratie met de Verenigde Staten – nieuw leven in te blazen, maar met behoud van de politieke macht in handen van de autoritaire PRI-elite. De relatieve – en trage – democratisering van het land gedurende de beginfase van het neoliberale project (getolereerd als instrument om het maatschappelijk protest in de hand te houden) liep in het jaar 2000 spaak en zorgde voor een wisseling van de presidentiële macht. Maar de PRI slaagde erin tijdens de opeenvolgende regeringen van de PAN (Partido Acción Nacional – Nationale Actiepartij) een vetomacht in het parlement te handhaven, en aangezien de PAN meewerkte aan het neoliberaal project en geen eigen democratisch project had, werd in essentie het beleid van het oude regime voortgezet, onder de discrete dekmantel van de zogenaamde ‘electorale democratie’.