Roads & Kingdoms | New York

Evan Atar is medisch directeur en tevens de enige chirurg van het ziekenhuis in Boenj, in Zuid-Soedan. Hij heeft het tot zijn levenstaak gemaakt deze gewelddadige uithoek van de wereld van medische hulp te voorzien.

Al bedient het ziekenhuis in Boenj, Zuid-Soedan, een gemeenschap van zo’n tweehonderdduizend zielen, het is er een kale bedoening. Smoezelige muren, een ernstig tekort aan medische hulpmiddelen en slechts één operatietafel, moederziel alleen in een wit betegelde ruimte. Omdat er maar 120 bedden zijn, ligt of zit het merendeel van de patiënten op matjes en doeken op de keurig geveegde cementen vloer. Langs de wanden van de gangen binnen het ziekenhuiscomplex staan rijen patiënten in afwachting van een behandeling. Maar ondanks de netelige omstandigheden en de drukkende hitte draait het ziekenhuis op volle toeren.

Het is niet verrassend dat dr. Evan Atar, de medisch directeur en enige chirurg van het ziekenhuis, nauwelijks tijd heeft om te praten. Zijn rol is niet die van een directeur die vanuit zijn kantoor bevelen uitdeelt, vertelt hij. ‘Ik heb niet eens een kantoor; we hebben het zo druk dat er nauwelijks tijd is om ergens te gaan zitten.’ Atar heeft een ijzersterk geheugen voor namen en data. Hij herinnert zich nog de naam van de medewerker van Artsen zonder Grenzen die hem een set chirurgische instrumenten gaf toen hij in juli 1997 bij een ziekenhuis in Koermoek, Soedan, begon. Hij herinnert zich nog precies hoe lang het duurde om in 1998 de landingsstrook in Yaboes, Soedan, aan te leggen. Het Soedanese Volksbevrijdingsleger (toen een guerrillabeweging, nu de krijgsmacht van Zuid-Soedan), ngo-medewerkers en vrijwilligers hadden zeven dagen voor het project uitgetrokken. Het werden er acht.

Voor Atar geven deze trivia een zekere houvast in de chaos waarin hij opereert. Pas na een halfuur heeft de dokter even tijd om rustig te gaan zitten. Eenmaal gezeten achter een bureau in een ruimte die een wachtkamer lijkt te zijn, wordt hij voortdurend aangeklampt, zowel door patiënten als door personeel, totdat hij uiteindelijk vriendelijk te kennen geeft dat hij werk heeft te doen.

Maban

Boenj ligt in de door Soedan en Ethiopië ingeklemde provincie Maban, in noordoostelijk Zuid-Soedan. Het geweld lijkt alomtegenwoordig. In Zuid-Soedan is een machtsstrijd gaande die dreigt uit te monden in regelrechte genocide. Het land maakte zich in juli 2011 los van Soedan en is sinds december 2013 verwikkeld in een burgeroorlog die zowel politiek als etnisch van aard is. Tegelijkertijd woedt vlak over de grens in de Soedanese deelstaat Blauwe Nijl een burgeroorlog tussen het regeringsleger en de rebellen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger-Noord in een conflict dat op nog twee andere fronten wordt uitgevochten: in het Noeba-gebergte en in het internationaal bekendere Darfoer. De bevolking uit het Blauwe Nijlgebied vocht met de Zuid-Soedanezen voor onafhankelijkheid, maar werd buitengesloten toen in 2011 de grenzen werden getekend. De huidige gevechten zijn min of meer een voortzetting van de vijftigjarige strijd die tot de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan heeft geleid.

Door grondoorlogen, hevige bombardementen en een onvermijdelijke humanitaire crisis zijn 135.000 Soedanezen uit de door rebellen gecontroleerde Blauwe Nijl over de grens gevlucht, waar ze in Maban in vier gemilitariseerde vluchtelingenkampen leven. (Vluchtelingen meldden dat er in mei 35 doden vielen bij politieke gevechten in de kampen.) Stress en de beperkte hoeveelheid bestaansmiddelen in het gebied zorgen voor spanningen tussen de ontheemden en de gastgemeenschap die zich met slechts 60.000 zielen zwaar in de verdrukking voelt. Gevechten tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen leidden vorig jaar met kerst tot meer dan dertig doden. Los van de 135.000 vluchtelingen zijn er ook de talloze Soedanezen die heen en weer reizen tussen Soedan en Zuid-Soedan. Ook zij zijn op het ziekenhuis aangewezen. Blauwe Nijl is straatarm: er is geen elektriciteitsnet, er zijn geen medische voorzieningen en er zijn slechts een paar functionerende scholen. Op de markten is nauwelijks iets te koop; hier en daar een handjevol rijst of wat tomaten in hergebruikte plastic zakken. Maban is een levenslijn voor voedsel, benzine en andere levensmiddelen.